Zoek op categorie


Op 10 december 1910 komt bij de gemeente een aanvraag binnen van Sipke Simons Kooistra voor het bouwen van ‘ene stelphuizinge’ op perceel “It Werp” onder Folsgare (Skeender 2) Hiermee wordt een derde Kooistra boerderij gerealiseerd in de Folgaasterhem. “It Werp” is een perceel dat is ontstaan in de zuidelijke slenk van de Middelzee tegen de Breede dijk aan en betekent buitendijksland. Het perceel is in 1850 eigendom van de Kooistra’s geworden met de koop van de boerderij op Suderbuorren  (Easthimmerwei 23). Sipke Simons Kooistra is getrouwd met Trijntje van Wijngaarden. Ze wonen op de boerderij Scheender State en willen het rustiger aan gaan doen. Ze maken  plaats voor hun zoon Sije Simons Kooistra en Antje Gerbrandy uit Bozum.Sije en Antje hebben besloten om in mei 1911 te gaan trouwen. Sipke en Trijntje verhuizen naar de Skeender. Sije en Antje worden de volgende generatie Kooistra’s op Scheender State. Sije was niet de beoogde opvolger, maar zijn oudere broer Simon wordt dominee en dat telt zwaarder dan boer worden.  In januari stuurt Sipke Simons een verzoek naar de gemeente voor het bouwen van een wagenhuis achter de boerderij op de Skeender. Alles wordt goedgekeurd. Begin 1911 wordt met de bouw begonnen door Wytse de Boer, de timmerman uit het dorp. De boerderij heeft een doorlopende gang die de scheiding is tussen het woongedeelte en de stal. Aan de linkerzijde van het woongedeelte bevindt zich de pronkkamer, in het midden is een slaapkamer met een trap naar boven en rechts is de woonkamer. Aan de oostzijde is de hoofdingang, achter de gang is de keuken met een deur naar het wagen pad langs de hooivakken. 

Het gebied ten noorden van de Breede dijk was rond de 11e eeuw nog Middelzee. Het getij zette er tweemaal daags slib af. Hierdoor ontstond een stuk buitendijks land waar de boeren in de zomer hun jongvee op konden laten grazen. Het Werp was de naam die de bewoners van Foldesgara gebruikten om dit stuk land aan te duiden. Werp is een algemene naam in Friesland voor natuurlijk of door mensen opgehoogd land. Eeuwen later, als de Middelzee er allang niet meer is, wordt op 14 september 1852 op Scheender state na melkerstijd de koets ingeslagen voor Sipke Gabes Kooistra. Zijn vrouw Yke Ruurds Abma is de vorige avond rond tien uur bevallen van een zoon. Sipke Gabes gaat, op 61 jarige leeftijd, naar Sneek om aangifte te doen van de geboorte van zijn jongste zoon Gabe Sipkes. Met de getuigen Jan Pieters Deinum, executeur uit IJsbrechtum en klerk Feike Boschma tekent hij de akte. Hoewel Sipke Gabes al op leeftijd is, is hij nog een krasse vent. Hij ziet de  jonge Gabe Sipkes opgroeien tot een grote sterke kerel. Gabe is en blijft echter de jongste van de kinderen, zijn toekomst is niet op Scheender state. De boerderij is bestemd voor zijn oudste broer Simon Sipkes. Gabe verlaat Scheender state en vertrekt naar Bolsward. Op 1 december 1879 gaan Fedde Oeges van de Breeuwsma boerderij (achter de boerderij op Easthimmerwei 21) en schoenmaker Lucas Elzinga naar Sneek om aangifte te doen van het overlijden van Sipke Gabes Kooistra. Hij is na een kort ziekbed op 88 jarige leeftijd overleden. Een week na de begrafenis vraagt zijn vrouw Yke Ruurds Abma de notaris om langs te komen. Het bezit van Sipke Gabes moet worden geïnventariseerd en onder de nabestaanden worden verdeeld. Simon Sipkes is al boer geworden op Scheender state toen zijn vader nog leefde. Voor hem zal er niet veel veranderen. De jongste zoon Gabe Sipkes moet wachten tot 1885 voor hij aanspraak kan maken op zijn erfdeel.

Walma state bestaat al zolang, dat niemand meer weet hoelang. Het stond er al voordat de oude Middelzeedijk werd aangelegd.. De naam zegt het al “Walma state” een state gebouwd op de wal (oever) van de (Middel)zee. De boerderij ligt in het deltagebied van de Ald Rien, net als het naastgelegen buurschap Suderburen. De noordelijke aftakking van de Ald Rien naar de Middelzee wordt later gekanaliseerd. Dit is de Folsgaasteropvaart. Een kreek die hierop uit komt, is de oude opvaart naar de boerderij. Bij de aanleg van de oude Middelzeedijk wordt gebruik gemaakt van de terpen die er al zijn. Walma State is één van de boerderijen op deze dijk. Walma state is vanouds een adellijke state. De state heeft visrechten en recht op zwanenjacht. Op oude kaarten staat naast de boerderij nog een wier. In 1511 wordt er nog een stinsgracht genoemd. Uit het Register van aanbreng van 1511 blijkt dat Epa Ighaz “eijgen geërffd” eigenaar is en Albert Hoytes pachtboer op de grootste boerderij onder Folsgara. De boerderij omvat dan LXXX (80) ponden land, waarvan “36 ponden Hooijland, 31 ponden Grasland en 7 ponden Reijdland”. Het land ten zuiden van de boerderij wordt het “lege meden” genoemd, waaraan het rijeedmeer (rietmeer) ligt. Het rijeedland (rietland) ligt tegen de “die grote Rien”. Verder is er nog “6 ponden saedlant leggende, om ende om op ende an Epas vors. stins graft”. Deze stinsgracht omsloot de stinswier en lag tegen het “saedland” aan. Een andere naam die wordt gebruikt voor stinswier is ‘wijer’. Deze naam komen we tegen in het Register van aanbreng bij de buurman van Epa Ighaz op Suderburen. Lolla Taekaz is hier pachtboer en “dije halve huijssteed mijt die halve wijer hoert Epa voer XIV st “. Epa Ighaz is dus eigenaar van de stins op Walma state en bezit de helft van de wijer (wier) op Suderburen.  Walma state ligt niet aan een doorgaande route. De oude Middelzeedijk is eind 12e eeuw grotendeels weggeslagen door een stormvloed, waarschijnlijk in 1170.  Het voetpad van Folsgare naar Oosthem is de enige landverbinding. Het pad is ongeschikt voor het vervoer van goederen. Het is te smal en voor een groot deel van het jaar onbegaanbaar. Vervoer over water is de belangrijkste verbinding tot in 1914 de Easthimmerwei wordt aangelegd. Nadat de beweegbare brug in Oosthem in 1953 wordt vervangen door een vaste brug, is het voorgoed voorbij met het goederenvervoer over water.

Suderburen is een buurschap onder het later gestichte Folsgare. In 1700 is de noordelijke boerderij, 42 pondemaat groot, in gebruik bij Anske Thomas. De zuidelijke boerderij, 25 pondemaat groot, wordt gebruikt door Dirk Jacobs.  In 1708 hebben beide boerderijen dezelfde eigenaar en gebruiker. Later worden ze  samengevoegd tot één grote boerderij. Taeke Jans Westendorp is op 4 juli 1797 geboren in Piaam. Hij trouwt in 1819 met Marijke Sibbles van der Werf. Na hun huwelijk huren ze de boerderij Suderburen van Lambertus de Haan en Eeltje de Hengst. Hier wordt in 1820 zoon Jan geboren en in 1823 Sible Taekes. Marijke bevalt in oktober 1825 van een zoon die Taeke Taekes wordt genoemd. Een direct gevolg van de overstroming is een grote uitbraak van ziekten. Taeke Taeakes wordt ziek en overlijdt in oktober 1826, één jaar oud. Marijke bevalt in december 1826 van een jongen die weer Taeke wordt genoemd. Marijke Sibles van der Werf overlijdt op 5 november 1828 op 29-jarige leeftijd. De buren Klaas Feddes Breeuwsma en Gorrit Pieters van der Goot van Walmastate doen aangifte van haar overlijden.  Sible Taekes Westendorp, de tweede zoon van Taeke Jans en Marijke Sibles van der Werf, is één van de hoofdpersonen in het boek “De Oerpolder” van Hylke Speerstra. Hierin wordt zijn leven beschreven met zijn vrouw Margaretha Tjebbes Hettinga uit Nijland op de boerderij Groot Welgelegen in It Heidenskip. In 1831/1832 wordt er door de eigenaren een nieuwe boerderij neergezet. De oude koprompboerderij wordt vervangen door een grote stelp boerderij. Wanneer Taeke Westendorp hertrouwt op 5 maart 1832 met Sipkie Jarigs Meyer, kasteleinsdochter van herberg ‘het Hoogehuis’ uit Sneek, beginnen ze op een nieuwe boerderij. Twee maanden na het huwelijk wordt Geertruida geboren en in 1833 volgt Dominicus. De huurprijs van de nieuwe boerderij ligt een stuk hoger dan die van de oude. Taeke Jans besluit te verhuizen. Het gezin gaat naar Exmorra waar in 1836 Juliana Maria wordt geboren.

Over de boerderij die vroeger achter het huis op Easthimmerwei 25 stond, is weinig bekend. De boerderij lag, samen met een aantal andere boerderijen op de oude Middelzeedyk.  Het vroegste dat op schrift staat over deze boerderij is, dat hier in 1511 Hero Fongersz woont en dat de boerderij vier en veertig pondemaat en twee einsen groot is, inclusief 2 pondemaat  “Saedlant leggende, om ende om an Hero fros  huijs ende Heem“. Het weiland ligt vanaf de boerderij tot aan de Mieddyk en het “hoijland” ligt in het Meerland (Marlân). De boer moet over het Tiltsje, Suderbuursterleane, door het dorp Folsgara naar de Tsjaerddyk om bij het land te komen, aangezien er geen verbinding over de Mieddyk is.  Hoe de boerderij er uit zag, kunnen we lezen in een advertentie van 24 oktober 1787  in de LC: De Secretaris ADEMA, zal op Dinsdag den 30 October 1787 ’s Na demiddags om 1 Uur, in het  Waapen van Sneek by de Finale Palm slag verkopen Een uitmuntende ZATHE en LANDEN met de Huizinge, Schure, Hovinge en wydere annexen gelegen in Folsgare, groot in het geheel, 40 een tweede Pondematen belast met 19 Floreen by JELLE PYTTERS bewoond Petry en May 1793 vry van Huur, te huur doende boven de lasten a 222 Car. Guldens waarop per Pondem. geboden is 111 g.gls. Jelle Pytters (Pieters) is de zoon van Pytter Jelles en Ytie Jorrits. Pytter en Ytie zijn in 1757 getrouwd in Oosthem en boeren daarna in Westhem / Wolsum. Zoon Jelle wordt geboren in 1759. In 1768 is Pytter Jelles boer onder Folsgare op de boerderij achter Easthimmerwei 25. Jelle trouwt in 1783 met Meike Beints uit Jirnsum.  Ze volgen dan Jelle zijn vader op. Verder is er weinig over de familie bekend. Na Jelle Pytters komt Yme Keimpes op de boerderij. Daarna komt deze in de verkoop.     LC 10-12-1800: Eene uitmuntende Vrugtdoende en zeer geryflyke ZATHE en LANDEN met deszelfs HUIZINGE en HOVINGE cum annexis, staande en geleegen onder den Dorpe Folsgara , in het geheel groot na naam 69 Pondematen alle kostelyke Greidlanden belast met 17 1/2 Stuivers Schattinge wordende by Yme Keimpes cum uxore bewoond tot St Petry en May 1801 en kan alsdan vry van Huuringe door den Koper worden aangevaard.

Het is 29 januari 1864. Een spannende dag voor Sijmen Sipkes Kooistra, boer op Folsgeasterleane 4, Teade Ruurds Abma, boer op Folsgeasterleane 2 en Klaas Ruurds Abma, boer te Tjalhuizum. Het melken is vlug aan kant gemaakt en in hun zondagse pak staan ze klaar om gezamenlijk  naar Sneek af te reizen. Vandaag zal notaris C.J. Jorritsma de akte van boedelscheiding van Hiltje Klazes Wiersma, weduwe van Ruurd Freerks Abma, openbaar maken. Als de notaris klaar is met het voorlezen van de akte, beseft Sijmen Sipkes Kooistra dat hij van de boerderij zal moeten. De boerderij waar hij meer dan twintig jaar boerde. Twintig jaar waarin Sijmen veel tegenslag heeft en  twee keer weduwnaar wordt. In 1842 trouwt hij met Baukjen Ruurds Abma. Na haar overlijden hertrouwt Sijmen  in 1856  met Johanna Gosses Bootsma.  Dit huwelijk duurt maar 5 jaar. Johanna overlijdt in 1861. Sijmen hertrouwt opnieuw, nu met Sytske Postma uit Folsgare. Zij is weduwe. Sijmen zijn buurman, Teade Ruurds Abma, wordt de nieuwe eigenaar van de boerderij. Sijmen Sipkes wil verder boeren en overlegt  met zijn vader Sipkes Gabes Kooistra. Deze  is  boer op Scheender state. Zijn vader is inmiddels 73 jaar en wil het wel wat rustiger aan gaan doen op een kleinere boerderij. Hierdoor kan Sijmen Sipkes boer worden op Scheender state. Zijn vader koopt in mei 1864, samen met Klaas Feddes Breeuwsma, perceel C nummer 46, groot twee bunder en negen en zestig roeden. Het weiland wordt opgesplitst in twee stukken. Het zuidelijke gedeelte, nummer C 585, komt bij de boerderij van Klaas Feddes Breeuwsma. Het noordelijke stuk, nummer C 586 wordt eigendom van Sipke Gabes Kooistra. Beide stukken grond worden gescheiden door een  stukje nieuw gegraven sloot.