Deel:


De "Bruorren Halbertsma" waren drie broers die aan het eind van de achttiende eeuw werden geboren in Grou en veel betekend hebben voor de Friese literatuur.
Joost en Eeltje schreven samen "De Lapekoer fan Gabe Skroar" (1822), een korte verzameling van gedichten en een kort verhaal. Samen met hun broer Tsjalling schreven zij gedichten en verhalen die postuum werden uitgegeven in de bundel "Rimen en Teltjses van de brourren Halbertsma" (1871). Dit werk wordt wel gezien als het "nationale" boek van de Friese literatuur.

Joost Hiddes Halbertsma (1789-1869) studeerde theologie in Amsterdam en was naderhand mennistenpredikant te Bolsward en van 1822 af te Deventer. Hij was een wat afstandelijk en verstandelijk schrijver van korte verhalende gedichten. In zijn werk gaat het meer om ideeën en niet zozeer om gevoelens.
Naast zijn literaire werk legde hij zich ook erg toe op taalkundige studies. Met zijn (onvoltooide) Lexicon Frisicum gaf hij de eerste aanzet tot het opstellen van een Fries woordenboek.

Tsjalling Hiddes Halbertsma (1792-1852) hield na het vroege overlijden van hun vader diens bakkerij gaande en werd later koopman te Grou, waarbij hij internationaal handelde in boter en kaas. Hij schreef vooral korte gedichten die tot de volkslectuur kunnen worden gerekend. Deze waren literair gezien in het algemeen niet van dezelfde kwaliteit als het werk van zijn broers, maar bij de gewone man vielen ze zeker in de smaak.

Eeltsje Hiddes Halbertsma (1797-1858) studeerde medicijnen in Leiden en Heidelberg en werd dokter te Grou. Zijn gedichten en korte verhalen waren veel gevoelsmatiger dan die van zijn broer Joost en vooral om zijn poëzie wordt hij nog altijd zeer bewonderd. Humor was volgens hem een medicijn tegen veel kwalen. Zijn oeuvre omvat ondermeer het gedicht "De Oude Friezen", dat in 1875 het Fries volkslied geworden is.   

Maar er was nog een broer:   Binnert Hiddes Halbertsma (1795-1847) was in volgorde de derde zoon. Binnert  hield zich afzijdig van de letterkundige activiteiten van zijn drie broers. Binnert Hiddes Halbertsma was ook de voorvader van de tak, die later de Halbertsma's Fabrieken voor Houtbewerking in Grou op zou zetten. Hij was vooral koopman, eerst in de graanhandel later ook in de boter- en kaashandel. De rol van koopman en de status van vooraanstaand burger pasten hem. Hij was lid van de Provinciale Kamer van Koophandel  Friesland. Hij was ook degene die op de plek van hun ouderlijke woning voor hem en zijn gezin in 1837 een nieuw woonhuis liet bouwen: het huidige Halbertsmahûs aan Halbertsma's Plein 4. Later zou dit pand lange tijd het postkantoor van Grou huisvesten.  

Bron: Wikipedia https://fy.wikipedia.org/wiki Bruorren_Halbertsma           

Grou was jarenlang met Stiens het meest rode dorp in Friesland. In 1906 werd er in Grou een afdeling opgericht van de SDAP, de Sociaal Democratische Arbeiders Partij door o.a. Wytse Postma en Hendrik Hoeneveld.
De aanwas van leden in de jaren daarna is groot. Met name door de handtekeningenactie voor het algemeen kiesrecht komen bij de verkiezingen van 1913 anders minder socialistische gezinnen in het rode kamp terecht.

In 1917 verovert de partij de absolute meerderheid in de raad. Maar radicale stromingen zoals anarchisme en marxisme kregen in Grou geen vaste voet aan de grond. De 1 Mei viering, als dag van de arbeid, was een jaarlijks hoogtepunt voor de rode familie in Grou en werd door honderden mensen bezocht. De Meiboom moest versierd worden en later op de dag zouden ze er met  zijn allen op it Grien om heen dansen. Aanvankelijk gebeurde dit op de eerste zondag van mei, omdat de arbeiders er niet vrij voor kregen.

Een eensgezind rood nest, was Grou in die tijd. Van de Grouster bevolking stemde in de hoogtijdagen liefst 65 tot 70 procent PvdA. De Rode Jeugdcentrale tot 1956 georganiseerd in de AJC, de Arbeiders Jeugd Centrale, had een eigen Jeugdhonk aan de Drachtsterweg hoek 1ste Oosterveldstraat. Er was ook een Vrouwenbond, een coöperatieve "Exelsior" winkel, zangkoren, toneelvereniging en een actieve drankbestrijdingsbond met als leus “Denkende mensen drinken niet, drinkende mensen denken niet “.
 Het rode koor, "Meielkoar Ien", houdt het van de arbeidersverenigingen nog het langste vol. Hoewel het koor bij tijden op het gat lag, zongen de socialisten nog tot 1995 hun strijdliederen. In de gemeentepolitiek is de P.V.D.A. dan allang de meerderheid kwijt. 
 
Bronnen: 
•It Reade Doarp Grou, in byld fan 100 jier sosjalisme, Klaas Schermer, Geart Vledder en Durk Wiersma (1999)
•Meiviering jaarlijks hoogtepunt voor rode familie in Grou, Freya Zandstra (mei 1999)
•It Reade Grou, goudmijntje en feest van herkenning

Metaalindustrie Van der Ploeg en Stork-Volma.   De volksmond heeft zijn eigen spraakgebruik, los van officiële namen en titels.
In Grou waren er naast “it izerfabryk” (waarmee eerst Van der Ploeg en later Volma werd aangeduid), “it houtsjefabryk” (Halbertsma) en “it bûterfabryk” (de zuivelfabriek).  

De metaalindustrie van Stork-Bepak vindt zijn oorsprong in de zuivelindustrie. Vanuit de smederij van de gebroeders J. en H.W. van der Ploeg werd begonnen met de fabricage van maaimachines, maar al in 1843 ging men over op de productie van brandkasten, brandspuiten en zuivelwerktuigen. Deze waren van zo goede kwaliteit dat de firma landelijke bekendheid kreeg.
Het bedrijf stond aan de Stationsweg waar nu ongeveer het Kruidvat staat.
Vanwege de decentrale ligging in Nederland werd het bedrijf in 1917 naar Apeldoorn verplaatst.  

Twee werknemers, Jan Boukes van der Made en Tjitze Sjoerds de Vries, besloten in Grou te blijven en begonnen in een turfhok aan de Baai een reparatiebedrijfje op de plaats waar nu ongeveer de woningen Tsjettelhûs 3 en 4 staan.
Twee jaar later verhuisde de firma Van der Made en De Vries naar de Minne Finne  daar waar nu de Hellingshaven ligt. De naam wijzigde in de loop der jaren via Bijlsma, Volma, Stork – Volma, Stork – Friesland tot Stork – Bepak.
 Het bedrijf bleef tot zijn einde in 1984 aan de Minne Finne. Toen vertrok het en smolt samen met de “Machinefabriek Wolvega”.  

De grootste omvang bereikte het bedrijf begin jaren ‘80 met een kleine honderd werknemers. Daarmee is het bedrijf een belangrijke werkgever geweest voor Grou en omgeving.  

Deze informatie is ontleend aan: K.J. Vrijling, Van Spande Kont tot Minne Finne.
Zie o.a. ook
de site van dorpsarchief Grou.