Brand boerderij familie IJntema


12 juli 1968 ‘s Nachts gaat de telefoon. Ik ga naar beneden: wie belt er nu ’s nachts? Buurman Douwe! "Brand!! Brand"!! roept hij door de telefoon. "Brand?" vraag ik. "Waar? Bij mij?""Nee! Hier bij ons"!!Mijn man Niek staat in één sprong naast me. "Verdorie zijn we drie dagen van tevoren voor niks aan het "headollen" geweest…’’ We gaan er met de auto heen, Niek in de overal en ik…? Nog in de pyama! Als we buiten zijn, is het of het klaarlichte dag is: de halve naad van het dak van de kop halsrompboerderij , 200 meter verderop, slaan de vlammen al uit Ik zie mijn buurvrouw met de kinderwagen, met Froukje en Sjouke naast haar lopend. Midden in het land staat Jantsje met het reiswiegje met Peter erin en Sijke staat net achter het hek met een koffer of tas.  Maar waar is Douwe zelf??We zetten de auto bij de transformater neer en rennen naar de boerderij."Douwe!!!! Douwe"!!!En ja hoor, opeens zien we hem uit het gangetje komen, terwijl het vuur al door de zolder om hem heen valt .Gelukkig! Ze zijn er allemaal!"Wat deed je daar nog, man"? vragen we aan Douwe.Ik bel de de brandweer en Wytse en Hessel mijn broers.Ik breng Ida en de kinderen bij ons op bed. Opeens zegt Ida: "Mijn gebit!... Dat ligt nog onder mijn hoofdkussen".Dus ik weer op de fiets naar de boerderij. Gelukkig, het voorhuis brandt nog niet. Maar hoe komen we daar in? Douwe vindt een schop en zo kunnen de mannen het slaapkamerraam omhoog schuiven en kan er iemand in.  "Wat moeten we nog meer hebben"? vraagt Douwe."‘Luiers! Want die heb ik niet genoeg voor twee baby’s, en kleren voor Ida en een pak voor jou en als je er nog bij kunt een ledikantje, want dan kan ik iedereen herbergen", zeg ik. Gelukkig zijn Wytse en Hessel er dan ook al, dus ik neem een droogrek met luiers, dat toevallig aan een deur hangt, mee en het gebit en de rest wordt ook geregeld. En nog steeds is de brandweer er niet. Achteraf blijkt dat die naar de boerderij van Tanja reden, nu die van de familie Schuurmans, en daar reden ze zich vast. Maar gelukkig brandt de nieuwe Zuid-Hollandse stal, die dwars op de stal staat, nog niet. "Dan steken we eerst een sigaret op", zegt Niek, "want we hebben altijd gezegd: Blijf kalm, neem een Dushkind” Dat was de slogan van het merk sigaretten dat Douwe rookte, maar kalm blijf je dan toch niet. Gelukkig was de brandweer er toen wel en kon de nieuwe stal behouden worden. Maar het voorhuis ging toch ook in vlammen op, vooral de kamer brandde als een fakkel. Maar het gekke was… dat in de slaapkamers overal het vuur al door de zolder heen op de bedden drupte behalve in het kamertje van Sjouke, hun gehandicapt zoontje, daar was alles nog intact terwijl dat toch naast de kamer was. Heel wonderlijk! Want van de hele kamer en alles wat er in stond was niks meer over: geen stukje ijzer van de kachel, geen stukje servies, niks! Behalve een paar koperen prulletjes, die hadden het overleefd. De volgende dag lag Douwe op bed met vreselijk zere ogen. Dokter Bennema constateerde las-ogen,  door het kijken in het vuur. Maar met druppels en een zonnebril ging dat ook weer over. De oudste twee meisjes gingen de volgende dag te logeren naar Baflo, want dat was al in de planning vandaar de koffer die ze bij zich hadden. Alleen hadden ze geen schoenen mee en die werden daar dus direct gekocht, eigenlijk vonden ze het later jammer dat zij direct te logeren gingen want andere kinderen wisten meer van de brand dan zij. Ook de twee andere kinderen gingen naar familie, alleen Douwe en Ida met de baby bleven bij ons. En toen kwam de politie en moesten we om de beurt voor het verhoor bij ons in de voorkamer vertellen hoe of het gegaan was. Alles werd op geschreven om te zien of het klopte en of het geen brandstichting was Nee, dat was het zeker niet! Dagen tevoren had Douwe de "hearoeder" gebeld. Dat is de man die voor de brandverzekering komt kijken of je hooi niet te warm is. HIj steekt dan met een lange speer met een thermometer erin in de hooiberg en kan dan zien of je moet "dollen" of niet. En ja hoor, er moest gedold worden. Dus Douwe, Niek, buurman Feenstra, Hessel en Wytse, en zelfs pake Sjouke hielp nog mee in een jaegermolton borstrok, die ‘zo lekker zweet opnam’ volgens hem. Toen het gat groot genoeg was, kwamen er een paar hekken over met los stro erop, want anders koelde het te vlug af en kreeg je schimmel in je hooi. Dus tot zover was alles goedgeregeld. En dan toch nog dit!"Hoe merkten jullie het"? werd er gevraagd. "Nou, Ida werd wakker omdat de katten zo jankten, en toen zag ze dat het buiten zo vreemd licht was! Dus alarm! De kinderen eruit en weg wezen. Lopen!" En na de politie kwam de brandverzekering en moesten ze allemaal lijsten invullen om te zien of ze niet onderverzekerd waren en hierna werden er plannen gemaakt voor een noodwoning en voor een nieuw huis. De noodwoning kwam van Ida haar broer, die hem op een camping had gehad, maar die nu was opgeslagen op het timmerbedrijf van hun ouders. De noodwoning werd op de rand van het erf geplaatst en na drie weken konden zij daarin met het herenigde gezin. Ze hebben erin gewoond tot het nieuwe huis, dat door de firma Oosterhaven werd gebouwd, eind 1969 klaar was . En wij hebben nog jaren op 12 juli een taart gekregen als dank voor hun verblijf hier.   

©
Tekst:
Foto voorblad: Thea Zuurbier

Opmerkingenvenster

Brand boerderij familie IJntema