De Hervormde pastorie


Op deze plaats, De Buorren 29, recht
tegenover de kerk en naast de schoo,l moet gedurende honderden jaren een
pastorie hebben gestaan. Misschien wel vanaf het ontstaan van het dorp.

In 1794
wordt vermeld dat de bestaande pastorie wordt afgebroken en er op dezelfde
plaats een nieuwe wordt gebouwd.

 Na 1900 vertoont de pastorie steeds
meer gebreken en dat houdt het benoemen van een nieuwe predikant tegen. Daarom
wordt er in 1912 besloten het oude gebouw af te breken en een nieuwe pastorie
te bouwen:    "Het afbreken en opruimen van de bestaande
pastorie, alle materialen die volgens nadere bepaling voor de nieuwe opbouw
zullen worden aangewend, worden vóór het gebruik aan de keuring van de
architect aangeboden (Booijenga, Metslawier). Op het werk mag geen sterke drank
worden gehouden. De inschrijvingsbiljetten worden gesloten en gemerkt:


Inschrijvingsbriefje Pastorie Ned. Gem. Te
Nijkerk. Ze moeten franco ingeleverd worden op zaterdag 10 augustus 5 uur aan
het adres van den president - kerkvoogd de heer T.J.Tilkema te Nijkerk. Terstond
na de gunning van het werk zal de aannemer met de uitvoering daarvan kunnen
aanvangen. Hij zal met zodanige spoed moeten doorwerken dat het gebouw onderdak
en van buiten afgedaan is op 1 Oktober 1912. Het gehele werk zal moeten worden
opgeleverd voor of op 1 januari 1913 voor de somma van f. 9.357.53 en een halve
cent".
   

In 1913 komt de nieuw benoemde
predikant in de pastorie wonen.

 Hervormde predikanten tot en met de
Tweede Wereld oorlog zijn:

 1913 - 1919 Pieter Jacobus Steenbeek;  1919 - 1922 Sietse Goverts

1923 – 1927; Hendrik van Elven

1928 – 1942; Jan Willem Pieper

1943 – 1946; Harmen Marten Cnossen.

 


Bij de bouw van de nieuwe pastorie
wordt de gracht vóór de pastorie gedempt, de gracht ernaast zal nog tot 1919
open blijven.
Voor de Tweede Wereldoorlog was de tuin veel groter dan in de
tijd erna. De tuin liep helemaal door tot aan De Buorren 35. De bomen in de
tuin, de inmiddels grote Iepen, Linde en de bijzondere Rode Beuk, staan er al
meer dan honderd jaar. De pastorie stond als het ware op een eilandje, omgeven
door het water van de dorpsvaart; schepen konden zo tot in de kern van het dorp
varen om er goederen te lossen.
 In 1956 is in het noordelijke gedeelte
van de pastorietuin de Rabobank gebouwd. Er kwam in de grote pastorietuin een
plaats vrij voor een oude mannenbank, men kon in een halve cirkel zitten, wat
makkelijk was bij het vertellen van sterke verhalen.


Johan Pieper, zoon van predikant Jan
Willem Pieper, had een grote belangstelling voor planten en speciaal voor
allerlei exotische planten, waaronder een bijzondere: de Victoria lelie. Deze
bloem bloeit slechts twee nachten en opent zich bij schemer, de lelie is de
eerste nacht wit van kleur en de tweede nacht opent de bloem zich opnieuw, maar
is dan roze. Mensen uit het dorp die geïnteresseerd waren mochten komen kijken.
Dominee Pieper deelde wel eens potplanten uit, daarbij niet lettend op
godsdienstige richting. Hij zei bijvoorbeeld: "Jouw moeder is een bloemenmens,
hier neem deze bloem maar voor haar mee".

 


In de oorlog is de Hervormde pastorie
gevorderd door Duitse officieren. De pastorie moest worden ontruimd, de
vloerbedekking en de gordijnen moesten echter worden achtergelaten zo was het
bevel.
Op 16 januari 1945 kwamen Duitsers in het dorp. Zij moesten naar dominee
Cnossen in de Hervormde pastorie. Onderweg troffen ze Tjeerd Douwes Tilkema,
die bij de pastorie het hek uitkwam. Tjeerd zette het op een lopen. De Duitsers
gingen direct achter hem aan. Hij kon echter tussen de huizen ontkomen door
zich te verstoppen in een dakgoot tussen twee huizen. Toen de soldaten hem
achtervolgden, zagen ze een vluchtend persoon een steegje in rennen. Dit was
echter Foppe Hendriks Heeringa die achter de huizen langs rende en over een hek
sprong. Daarbij kwam hij ten val en de achtervolgende soldaat schoot op hem,
waarschijnlijk in de waan dat het Tjeerd Tilkema was. Hij raakte Foppe in z’n
arm. De wond werd verzorgd door een dochter van Bote Nieuwland. Ze namen Foppe mee
naar de pastorie en begonnen deze van onder tot boven te onderzoeken. Foppe
zetten ze zolang vast in het prieeltje in de voortuin. Ze vonden de vermeende
onderduiker in de pastorie niet, maar wel een gebruikte schuilplaats: dominee
Cnossen werd toen bij Foppe in het prieeltje opgesloten.

’s Middags kwam burgemeester Ykema met
een auto, waarin Foppe en ds. Cnossen met een Duitse soldaat als geleide,
weggebracht werden.

 


De "Hervormde pastorie" in de Samen op
Weg - tijd

Wat doen we met de beide pastoriën als
we één gemeente worden? Opknappen? Verkopen? Nieuwbouw plegen? Zo ja, waar dan?
Voor de Hervormde pastorie uit 1913 was al gauw duidelijk dat die het beste
verkocht kon worden, daar moest zoveel aan verspijkerd worden wilde het gebouw
geschikt gemaakt worden voor bewoning door een te beroepen SOW – predikant.

Op 17 februari 1998 was er toestemming
van hogerhand om tot verkoop te mogen overgaan en kerkvoogd Van der Wagen vraagt
dan officieel aan de gemeenteleden of er "bezwaren zijn tegen de verkoop van de
pastorie". Wel emotionele waarde, verder geen bezwaren.

Verkoop kan in tweeën gebeuren, op het
achterste gedeelte van het grote terrein kan ook een huis gebouwd worden.
In
augustus van datzelfde jaar was de verkoop al rond en vond de overdracht aan de
nieuwe eigenaar plaats.

 


In de loop der jaren is het wel
comfortabeler wonen in de pastorie. Er gaan verhalen uit het verleden, toen er
nog niets was geïsoleerd, alleen kachels die de pastorie beneden moesten
verwarmen. Bewoners die in de winter regelmatig wakker werden met bloemen op de
ramen. Of dat ze "de tent uitwaaiden" bij harde wind.

Onder de prachtige granieten vloer in
de gang liggen nog kloostermoppen als een aandenken aan klooster Mariëngaarde
in Hallum dat een groot aandeel had in het ontstaan van de kerk en het "huis
van de pastoor".

 


 Tekst: Lobetje Swijgman

©
Tekst:
Foto voorblad: Archief Reinder Tolsma

Opmerkingenvenster

De Hervormde pastorie

Kaart