De Tjaardvaart, de tekst beschrijft de situatie rond 1900

De Tjaardvaart,die ook wel Tjaarddijkstervaartwordt genoemd, begint in het Morrawieltje net onder Vijfhuis en komt dan in ’t Hart uit. ’t Hart bestaat in die tijd uit drie boerderijen en twee huizen. De naam komt van het huis waar in de muur hartjes waren gemetseld en men een slokje kon krijgen. Vanaf ‘t Hart loopt de vaart langs de Tsjaerddyk naar het centrum van Folsgare.



Het was niet de meest snelle wijze om in Folsgare te komen,want vanaf ’t Hart lag de vaart vol met zetten* van de boeren die hun land in het Marlân(aan de overkant)hadden. De route langs de Tsjaerddyk werd geflankeerd door drie molens. Eerst kwam men langs twee spinnenkopmolens en daarna langs een  grote achtkanter. De vaarweg was voornamelijk bedoeld voor de mensen in ’t Hart.In het centrum van Folsgare sluit de Tjaardvaart aan op de Folsgaasteropvaart, waar een bruggetje over de vaart was. Aan het eind van de Folsgaasteropvaart werd langs de Tsjaerddyk afgemeerd. Deze was in die tijd nog een stuk breder. Het onderhoud werd uitgevoerd door het waterschap ‘de Scherwolder’ en ‘Morrahemmen’.



De Tjaardvaart had naast de functie van het vervoer over water nog een andere rol van betekenis. Achter de huizen aan de Tsjaerddyk stond boven de vaart een secreet (toilet)…….. De kerkvoogden van Folsgare sturen in 1903 een brief naar de gemeente Wymbritseradiel met het verzoek het tonnenstelsel in te voeren. Dit wordt door de gemeente in 1904 gehonoreerd en er wordt een dorpsreiniger aangesteld. De kerk zorgt voor het afvoeren van de tonnen en krijgt daarvoor jaarlijks een bedrag van de gemeente Wymbritseradeel. Het is niet bekend waar de tonnen van Folsgare werden geleegd.
Voor de dames in Folsgare is het een hele verbetering, want het wassen van kleding gebeurde voor een groot deel in de vaart. Schoon water was schaars, de regenbak werd vaak gedeeld met meerdere families. Voor het wassen in de vaart hadden de woningen een stalt** achterhuis, de woningen aan de noordzijde hadden recht van overpad om bij het stalt aan de vaart te komen. In 1926 wordt het waterschap ‘Het Marlân’ opgericht. Dit waterschap laat in 1927 de molen die schuin tegenover Tsjaerddyk 21 stond, vervangen door een elektrisch gemaal. Het gemaal is ontworpen door architect A.Hoekstra uit Sneek en wordt in december van dat jaar in gebruik genomen. Kort daarna wordt het dorp ook voorzien van elektra. De molens worden afgebroken en de gaslantaarn opsteker moet omscholen.



Als in 1934 de dorpen Nijland, Folsgare en IJsbrechtum aangesloten worden op het waterleidingnet wordt het gebruik van de Tjaardvaartnog weer minder. Het vervoer over water neemt bovendien af door de opkomst van de vrachtauto. 



Eeuwenlang was het dorp volledig afhankelijk van de Tjaardvaart en in slechts 30 jaar verloor deze al zijn functies. Het bruggetje over de Tjaardvaart is inmiddels een dam geworden. *Een zet is een soort bruggetje met losse planken die weggenomen kunnen worden door de schipper (boer) zodat hij door kan varen. **Een stalt is een platform aan (boven) een vaart / sloot waar men bij het water kan komen, vooral gebruikt als spoelplaats