Gereformeerde pastorie

Er zijn in Oosternijkerk drie gereformeerde pastorieën geweest. De eerste was het in 1853 gebouwde doktershuis van Gerard Jan Wilhelm van den Berg. Hij liet dat huis bouwen aan het Lykpaad, het pad dat door elke begrafenisstoet werd gebruikt op weg naar het kerkhof. Deze gewoonte om overledenen langs een bepaalde weg naar het kerkhof te brengen, stamt uit heidense tijden en duidt op de angst dat de dode terug zou keren en de achtergeblevenen dwars zou zitten: door het gebruik van deze speciale weg zou de ziel van de dode in verwarring gebracht worden.
Toen de Gereformeerde Kerk in 1890 in het dorp werd opgericht moesten er ook een kerkgebouw en een pastorie beschikbaar komen. Het kerkgebouw werd nog in 1890 neergezet maar de aanschaf van een pastorie vond pas plaats in 1895 toen de eerste gereformeerde predikant in het dorp, ds. Pieter Izak Jongbloed, zijn beroep naar Oosternijkerk aannam. De kerkenraad kocht namelijk het oude doktershuis van 1853 aan het Lykpaad voor f 1300,-, een schijntje want 20 jaar eerder was er nog bijna 3700 gulden voor het huis geboden.  
De standplaats aan het Lykpaad, met een uitgang naar het gedeelte van de Langgrousterwei waar toen alleen de school en de hoofdmeesterswoning stonden, was toch wel een beetje achteraf aan de rand van het dorp. En dat voor een pastorie! Dat vond in ieder geval dominee Hantje van Dijk die er in 1913 kwam wonen. Hij zag zijn kans schoon toen er op de Boate’ Hoeke een ‘patriciërwoning’ te koop kwam. Dat huis was in 1910 gebouwd door Bearn Idses Heeringa, ook wel ‘De Boer’ genoemd. Hij woonde eerst op de boerderij er tegenover, maar besloot op 37-jarige leeftijd te gaan rentenieren. Hij betrok de nieuwe woning en stortte zich op allerlei maatschappelijke functies: raadslid van 1909-1941, wethouder van 1927-1941, loco-burgemeester, kerkenraadslid enz. Blijkbaar voldeed het hem niet zo want in 1919 wil hij terug naar de boerderij en besluit om zijn riante woning te koop te zetten. Dat komt dominee Van Dijk ter ore en die legt de mogelijkheid om dit huis aan te kopen als pastorie voor aan de kerkenraad. Die heeft er wel oren naar want het 65 jaar oude doktershuis is inmiddels wel aan renovatie toe. Na wat gedoe over de prijs en taaie onderhandelingen met de koper van het oude doktershuis komt er toch een overeenkomst tot stand.
Daarna volgt er een driedubbele verhuizing: Heeringa gaat terug naar zijn boerderij, de pachter daarvan, Sijbe Sevenster, gaat naar de voormalige pastorie en dominee Van Dijk komt eindelijk op stand te wonen in de ‘nieuwe’ pastorie. Geld om, zoals beloofd, beneden een studeerkamer te maken, is er niet: tot 1927 moet de dominee zijn bezoek op de eerste verdieping ontvangen.
In de nieuwe pastorie woonden tot de Tweede Wereldoorlog:
1913 -  1924  H. van Dijk
1928 -  1931  E. Nawijn
1932 -  1936  J.C. Gilhuis
1936 – 1940  M. Wilschut  
Jarenlang is er in de kerkenraad gesproken over de eventueel aan te leggen elektriciteit in kerk en pastorie. In 1922 bijvoorbeeld:
’Nu in het dorp gepoogd wordt om deze verlichting te krijgen, is ’t wel goed om eens samen te spreken over deze zaak. Door verschillende broeders wordt over deze zaak gesproken. Over de wenschelijkheid zijn allen het eens, maar over de noodzakelijkheid nog niet, vooral met het oog op de financiële toestand onzer kerk, en de achteruitgaande tijden.’
Het zal tot de winter van 1925/26 duren voor het ‘nije ljocht’ in de pastorie zal schijnen.
In de Tweede Wereldoorlog woonde ds. Gerard van Andel in de pastorie. Het is niet bij velen bekend maar hij speelde wel een rol in de illegaliteit. Zo was er een schuilplaats gemaakt in de schuine ruimte tussen de schuifdeuren van voor- en achterkamer. In die ruimte lagen o.a. politie-uniformen opgeslagen. Het is bekend dat een onderduiker vanuit Holland met de bus naar Oosternijkerk kwam en zich moest melden bij de pastorie (dat was bekend bij de buschauffeur), waarna hij een vast onderduikadres toegewezen kreeg. Er was ook een onderduiker in de pastorie, Jan van Dijk, zoon van de omgekomen illegale leider Klaas van Dijk. Toen zijn vader neergeschoten was bij een boerderij in Nes kon hij niet tevoorschijn komen, ook zijn begrafenis kon hij niet bezoeken. Dat moet een verschrikking voor hem zijn geweest.
Achter in de tuin van de pastorie was een grote compostbult waar snoeiafval werd gedumpt. Toen de tuinman bij dominee kwam vragen of hij die bult kon opruimen, zei dominee: ‘Doe maar niet, dat kan later wel eens.’ De tuinman wist niet dat er in die compostbult wapens waren verborgen. Dominee Van Andel zorgde er ook voor dat de hervormde pastorie werd leeggehaald door de eigen inwoners toen dominee Cnossen werd opgepakt, om voor te komen dat de Duitsers dat zouden doen. Na de oorlog werd alles weer keurig teruggebracht. Mevrouw Cnossen en haar kinderen werden de laatste maanden van de oorlog opgevangen in de gereformeerde pastorie.

De gereformeerde pastorie in de Samen op Weg – tijd.
In augustus 1998 was de Hervormde pastorie verkocht. Voor de gereformeerde pastorie uit 1910 lag de zaak veel gecompliceerder. In eerste instantie was het de bedoeling om deze op te knappen en te gebruiken voor de eigen en later de SOW predikant maar de kerkenraad wilde graag de mening van alle gemeenteleden weten en besloot tot het uitschrijven van een enquête. Uit de enquête bleek dat de meerderheid van de gemeente vóór het behoud van de pastorie was. Daarom zou de commissie van beheer alles tot in de puntjes op papier zetten voordat de gemeente opnieuw geraadpleegd zou worden. Daarbij hoorde ook het leggen van een optie op een bouwkavel aan de Lou Sânen; daar was nu nog bouwgrond. Er werden twee extra gemeente-avonden ingelast waarbij informatie werd gegeven over de situatie rond de pastorie. Er werd duidelijk gesteld dat de gemeente op deze avond natuurlijk een duidelijke inbreng had maar dat de ‘kerkenraad beslist, gehoord de gemeente’.
Op de eerste vergadering kwam men tot de conclusie dat verkoop van de pastorie toch de beste oplossing was en op de tweede bijeenkomst moest o.a. de hoogte van de bouwkosten worden vastgesteld en het definitieve besluit worden genomen:
‘Na het beantwoorden van alle vragen gaat de kerkenraad naar de Efterdoar voor beraad en komt daarna terug met het antwoord naar de gemeente: De kerkenraad besluit tot verkoop van de pastorie en zegt de gemeente toe te proberen dat de nieuw te bouwen pastorie niet duurder zal worden dan f 400.000, - all in. Dit wordt met applaus van de gemeente beantwoord.’
In maart 2000 betrekt predikante Marianna van de Graaf de nieuwe pastorie aan de Lou Sânen.

 

Tekst: Lobetje Swijgman en Reinder Tolsma

© Tekst: Reinder Tolsma
© Foto voorblad: Archief Reinder Tolsma

Opmerkingenvenster

Gereformeerde pastorie