Het Arm- en Werkhuis


Rond 1800 waren er vele armen in Oosternijkerk maar ook in de omringende dorpen. Deze armen werden onderhouden door de diaconie (kerkelijk) of de armvoogdij (uit de dorpskas). Soms werden ze uitbesteed bij particulieren waarvoor de armvoogdij een bepaald bedrag moest betalen, soms werden ze ondergebracht in huisjes van de diaconie of de armvoogdij. Dat bracht behoorlijke kosten met zich mee. In 1827 bijvoorbeeld is sprake van uitgaven ‘weegens buitengewone subsidie’ en in de winter van 1830-1831 is ‘extra subsidie aan minvermogenden’ gegeven.


Er komen ook nieuwe denkbeelden op die een hele andere richting van armenzorg voorstaan. Een goed voorbeeld zijn de Koloniën van Weldadigheid, in 1818 door Johannes van den Bosch opgericht in Frederiksoord en weldra uitgebouwd in Willemsoord, Wilhelminaoord en Veenhuizen. Het principe daarbij was dat de armen niet zomaar onderhouden moesten worden, maar zelf de kost moesten verdienen: ze werden aan het werk gezet.


Welke van de twee bovengenoemde redenen de doorslag heeft gegeven is niet meer te achterhalen maar in ieder geval besluit het grietenijbestuur van Oostdongeradeel dat er Arm- en Werkhuizen gebouwd moeten worden in Aalsum, Anjum, Ee, Engwierum, Paesens en Oosternijkerk.


In een advertentie in de LC van 5 juli 1831 wordt de aanbesteding van ‘het maken en leveren van een NIEUW ARMENHUIS in den dorpe Nijkerk’ bekend gemaakt. Helaas zijn bestek en tekening niet bewaard gebleven anders zou een oud verhaal kunnen worden gecontroleerd. Dat verhaal vertelt dat de bynten (zware balken die het dak dragen) afkomstig zouden zijn van de in diezelfde tijd afgebroken pastorieboerderij ‘Het Oog’. Oude inkepingen in de bynten van het nog steeds bestaande armhuis-gebouw verwijzen hier echter wel naar.


Het armhuis werd gebouwd in de vorm van een stelpboerderij waarbij in het voorste stuk de keuken, de eetzaal en de woonruimte van de in hetzelfde gebouw wonende leiding was gesitueerd. De zolder was in twee ruimten verdeeld: een voor de vrouwen en een voor de mannen. Een echtpaar mocht dus niet bij elkaar slapen!


In de schuur was een dorsvloer en daar werd tevens vlas gebraakt, ook was er opslagruimte. In deze schuur werden de armen ’s winters aan het werk gezet. In de zomer werden de bewoners verzameld in een ‘keppel’, mannen en vrouwen, maar ook kinderen die onder leiding van de armvader landwerk aannam bij de boeren in de omgeving. Daarmee werd flink verdiend, in het eerste jaar 1832 zelfs al f
543,-, een heel bedrag voor die tijd. Dat was ook nodig want het armhuis had in totaal f 3800,- gekost, voorgeschoten door de grietenij. De armvoogdij in Oosternijkerk had een stuk land en een huis verkocht (opbrengst f 827), terwijl een extra belasting in het dorp in 1832 f 1100,- opbracht en in 1833 nog eens f 1400,-.


De eerste armvader was Mintje Jans de Vries, in 1839 opgevolgd door Johannes Geerts Wiersma, in 1857 door Ype Jans Jousma, die tevens politieagent in het dorp was. De laatste armvader was Geert Gerrits de Zwart, 1873-1901. In de lange gang van het armhuis was ook een soort isoleercel, aan alle kanten dicht en met een ijzeren bodem gemaakt van driehoekige tralies met de scherpe punt naar boven. Wie ongehoorzaam was aan de armvader moest op blote voeten in dit hokje staan!


Hoe de armen het verblijf in het armenhuis ervaren hebben, is niet bekend maar het is wel duidelijk dat het als een schande werd ervaren, voor sommigen zelfs een diepe vernedering als men tot het armhuis ‘veroordeeld’ werd!


In 1832 waren er 26 armen in het armhuis en daarna steeds tussen de 20 en 30 personen. In 1869 woonden er 17 armen, maar in de tijd van de landbouwcrisis (1880) waren dat er liefst 38! In de jaren 90 kwamen er weinig armen bij en in 1900 woonden er nog zes personen, voordat in 1901 het armhuis in Oosternijkerk werd gesloten en gemeentelijk vervangen door het Buma Hûs in Anjum.


Bij de foto: De huidige eigenaar is bezig om het gebouw te renoveren: de achtermuur is teruggebracht in de originele stijl. Volgend jaar zijn de kozijnen (links) aan de beurt van de later getimmerde kamers in het achtereind.


Tekst: Reinder Tolsma

©
Tekst:
Foto voorblad: Reinder Tolsma

Opmerkingenvenster

Het Arm- en Werkhuis

Kaart