Het Karmelieter klooster van Woudsend


Door de toenemende bevolkingsgroei werden in de vroege Middeleeuwen vanuit het
Noorden de Zuidelijker gelegen veengebieden ontgonnen voor landbouw. Zo
ontstonden rond 1100 de dorpen Ypecolsga en Indyk.

Door inklinking en oxidatie
daalde de veenbodem waardoor het bouwland regelmatig onder water kwam te staan.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat boeren hun bedrijf verplaatsten naar de
hoger gelegen zandrug langs de Ee, die ontstaan was tijdens de laatste ijstijd.

Rond het jaar 1200 is toen het dorp Woudsend ontstaan.

Door de zeer gunstige
ligging aan de Ee, het toegangswater vanaf de Zuiderzee naar midden Friesland,
ontstonden er naast de agrarische activiteiten ook visserij en handel.

Woudsend wordt voor het eerst in de geschiedschrijving
genoemd in het jaar 1337. Er werd in dat jaar een klooster van de orde van de
Karmelieten gesticht, met (volgens oude kaarten) de naam “Jerusalem”. Het doel
van het klooster was praktische zielzorg en onderwijs, niet alleen voor het
kleine dorp Woudsend. Door de gunstige ligging konden de Karmelieten een groot
deel van Zuid-Friesland bedienen. Het was een klein klooster met een 20-tal
geestelijken, toegewijd aan de maagd Maria en aartsengel St. Michaël. Met de
bouw van de kloosterkerk is tevens de parochie van Woudsend ontstaan.

De kloosterlingen hebben het niet gemakkelijk gehad.  In de 15e eeuw had men veel last
van de burgeroorlog. De machtsstrijd tussen de steden, hoofdelingen en families
zorgde ook in de omgeving van Woudsend voor plundering, brandstichting en moord.
Het geweld ging door in de 16e eeuw.
In 1523 werd naast het klooster
een bolwerk gebouwd, om de stroperijen van schepen door Gelderse krijgslieden
een halt toe te roepen. In 1572 bezetten de Watergeuzen het klooster in de
strijd tegen de Spanjaarden. Maar toen was er al niet veel meer van het
klooster over. De reformatie in 1580 betekende het officiële einde van het
klooster en daardoor vielen alle bezittingen aan de staat.
Uit de “staat van
goederen” blijkt dat alleen de prior er nog verbleef, als een “gebroken” man.
Het klooster was een ruïne, de kerk was oud en vervallen. Verder bezat het
klooster nog twee schamele woninkjes en een windmolen. De prior heeft nog tot
1593 in het klooster gewoond, waarna het werd afgebroken.

De protestanten hielden hun kerkdienst tot 1660 in de oude kloosterkerk. In dat
jaar is er een nieuwe kerk gebouwd, die al na
177 jaar door de slechte bouwstaat moest worden
afgebroken. In 1837 is op dezelfde locatie de huidige NH kerk gebouwd, die nu
de naam “De Karmel” draagt. Het oorspronkelijke klooster blijft door deze
naamgeving in de herinnering voortbestaan. Het enige tastbare dat aan het
klooster herinnert is een rode zandsteen, die daar in 1916 is opgegraven. Op de
voorkant is een Petrusfiguur afgebeeld, met in zijn linkerhand het evangelie en
in de rechterhand een sleutel. De achterkant is van slechtere kwaliteit en
draagt een voorstelling van Maria met het kindeke Jezus. De steen is destijds
geschonken aan het Fries Museum.

Bron: Gedenkboek in 1937 uitgegeven bij het 600-jarig bestaan van de Parochie van Sint Michael te Woudsend.     

Adresgegevens

Straatnaam en huisnummer: Ald Tsjerkhof 2
Postcode: 8551 P
Plaatsnaam: Woudsend

©
Tekst:
Foto voorblad: onbekend

Opmerkingenvenster

Het Karmelieter klooster van Woudsend