Ontstaan van Broek als veenontginning


Broek mag zich een bijzonder dorp noemen. Een vaar(t)-dorp. In de vorm is nog de structuur te herkennen van de middeleeuwse ontginning. 

Het dorpsgebied is een combinatie van een bebouwingslint langs een dorpsvaart, met aan weerszijden een open polderlandschap met opstrekkende stroken verkaveling. Een dorpsvorm die in het verleden veel in Nederland voorkwam, maar nu vrijwel overal is verdwenen.Vroeger lag het gebied hier veel hoger, iets wat moeilijk voor te stellen is gezien de lage ligging nu. Er lag een meters dik hoogveen pakket. De ontginning van dit gebied is ter hand genomen toen in het al langer bewoonde kleigebied door bevolkingsgroei en door landverlies (als gevolg van het ontstaan van de Middelzee), behoefte was aan meer landbouwgrond, zo ongeveer in de 10e en 11e eeuw. Vanuit de kleistreek is het veengebied ontgonnen. Voor Broek ligt de start van de ontginning vanuit het riviertje ‘t Ges waaraan nu nog de dorpen Oppenhuizen en Uitwellingerga liggen. Het startpunt zou gelegen hebben in wat ooit het dorp Folprandegea  is geweest. 

Toen het veen daar inklonk en het gebied te nat werd schoof men verder het veengebied in en schoof het dorp op. Een naam als “de oude weg” (Noorderoudeweg, verbindingskanaal tussen Langweerderwielen en Goïngarijpsterpoelen) herinnert nog aan zo’n fase in de verkaveling. In het huidige landschap kunnen we nog zien hoe de ontginning indertijd, heel systematisch is aangepakt. De ontginner/kolonist kreeg een breedte land toegewezen, waarop een huisje gebouwd kon worden. Van hieruit kon men het woeste hoogveen- landschap gaan ontginnen. 

Tussen de stroken van de verschillende ontginners werd een sloot gegraven die diende als grens tussen de eigenaren en als afwatering. Dat was dus nodig om het als bouwland te kunnen gebruiken. Door de afwatering zakte het veen in en als het te laag kwam te liggen en te nat werd, werd de bewoning opgeschoven. Dat resulteerde in een verkaveling in lange stroken. 

Per ontginningsgebied vormen die lange stroken samenhangende blokken. Die blokken en kavelrichtingen zijn op topografische kaarten, luchtfoto’s en met enige kennis in het huidige landschap te herkennen. Wetenschappers hebben het voor Broek en omgeving fraai in beeld gebracht en zo kunnen we zo’n 1000 jaar ontginningsgeschiedenis nog steeds herkennen. 
Het proces van opschuiven op de eigen kavelstrook heeft zich in de periode van 1300 -1500 een aantal keren herhaald. Broek bereikte zijn huidige plaats rond 1440, er kon niet verder opgeschoven worden omdat men aan de grens van zijn gebied kwam.Wat achterbleef na deze ontginning was een laaggelegen gebied met daarin poelen die veelal waren ontstaan door turfwinning. Sommige daarvan zijn in de loop der eeuwen uitgegroeid tot grotere plassen. De dorpsvaart was in het verleden een dorpsstraat, iets wat in Broek nog goed te herkennen is. Alle boerderijen en huizen stonden van oorsprong ook met de voorkant naar het water. Pas toen de weg is aangelegd, en boerderijen vervangen werden keerde men de voorkant naar de weg. Nu het water weer aantrekkelijk wordt gevonden vind opnieuw een draaïng plaats. De verbinding met andere plaatsen was ook over het water.

©
Tekst:
Foto voorblad: Zelf getekend door J.vd Vaart

Opmerkingenvenster

Ontstaan van Broek als veenontginning