Tsjaerddyk, Kerkhuis zuid

In 1859 wordt door de kerkvoogdij de bouw van het nieuwe kerkhuis aan de Tsjaerddyk opgedragen aan timmerman Pieter Willems Twijnstra uit het dorp. Het huis komt tussen de winkels van Epeus Couperus en Sjirk Annes Cnossen te staan. Eind 1859, als het huis is opgeleverd stuurt Pieter Willems de rekening naar de kerkvoogdij met een bedrag van fl 555, 56. De rekening wordt betaald met de opbrengst van een partij terpaarde.


De ondertekenden Sipke Gabes Kooistra, Klaas Feddes Breeuwsma en Freerk Fongers Ringnalda, boeren van bedrijf en te Folsgare woonachtig, in qualiteit als kerkvoogden der hervormde kerk te Folsgare ter eenre, en Fedde Klazes Breeuwsma boer onder Oosthem woonachtig ter andere zijde, Verklaren: De eerstgenoemden te hebben verkocht en de laatstgenoemde in koop te hebben aangenomen: Eene partij beste terpaarde liggende op een poltje land, tegenover de kerk van Folsgare, toebehoorende aan de kerkvoogdij der hervormde gemeente te Folsgare.
Art. 5 De afgraving en wegvoering van de aarde zal binnen drie jaren moeten plaats hebben, aanvang nemende heden den tweeden februari achttien honderd en negen en vijftig tot aan den zelfden datum 1800 en twee zestig.
Dit contract wordt getekend ten huize van Epeus Gerhardus Couperus die naast winkelier ook herbergier is in Folsgare.


 Het nieuwe huis is een stuk kleiner dan het kerkhuis aan de noordzijde van de Tsjaerddyk. Dit blijkt ook uit de huurprijs. Die van het kerkhuis noord is in 1860 fl. 45,- en van het huis aan de zuidkant fl.25, - De eerste huurder van het nieuwe kerkhuis is Grietje Sipkes Bleeker, weduwe van Meinte Klazes Zijlstra, die er samen met haar dochter Sytske gaat wonen. Sytske woont er met haar moeder tot haar huwelijk in 1869 met Willem Wieringa die schipper is in Loënga. Na hun trouwen gaan ze in Sneek wonen en Sytske raakt al snel zwanger. Als ze acht maanden zwanger is, overlijdt Willem na een kort ziekbed op 20 maart 1870. Een maand later, op 28 april 1870, wordt Pieter Willem geboren. Sytske is weduwe, met een baby, zonder inkomen, in een voor haar vreemde omgeving. Ze zegt de huur op en begin juli 1870 komt ze terug in Folsgare en trekt met Pieter Willem bij haar moeder in. Haar moeder is koopman van beroep en Sytske wordt naaister om een inkomen te krijgen. Pieter Willem wordt door zijn moeder onderwezen in het vak dat ze zelf uitoefent en hij wordt later dan ook kleermaker van beroep. In juni 1882 overlijdt Grietje Sipkes Bleeker. Ze is dan 77 jaar. Sytske woont daarna samen met haar zoon Pieter Willem in het kerkhuis. Sytske hertrouwt in 1884 met Douwe Feenstra en in 1885 verhuist het gezin naar Nijland.


Ruurd Rients Abma en Johantje Martens Visser trouwen in 1885 en zijn de volgende bewoners van het kerkhuis. Ruurd is arbeider / koopman van beroep. Johantje bevalt in augustus 1887 van een tweeling. De jongens Rients en Marten worden slechts enkele dagen / weken oud. Johantje bevalt in 1889 van een zoon die weer Rients genoemd wordt. Als in 1894 Klaaske erbij komt, wordt het wat krapjes in het kerkhuis. Rients wil manufacturier worden en daarvoor heeft hij meer ruimte nodig. Als Ruurd Rients hoort dat het huis op Tsjaerddyk 48 binnenkort vrijkomt, weet hij genoeg.


Na de verhuizing van de fam. Abma komt het kerkhuis vrij. Dirk Kamstra en Antje Visser verhuizen in 1894 naar het kerkhuis met hun zoon Jelle die in 1891 is geboren. In 1895 wordt dochter Wijke geboren. In 1896 komt er weer een jongen bij die Sjerp wordt genoemd.


De kinderen trouwen en verlaten één voor één het huis. In 1931 overlijdt Antje Visser, 72 jaar oud en Dirk Kamstra blijft alleen in het kerkhuis wonen. Dirk Kamstra doet hier en daar in het dorp klusjes. In 1955 gaat het alleen wonen niet meer en verhuist hij naar Sneek. Hier overlijdt hij in 1959 en wordt in Folsgare bij zijn vrouw Antje Visser begraven.


Het huisje wordt minder en de achterkant is al jaren aan het verzakken. Als je bij de eettafel zit moet de stoel dwars staan, anders heb je kans dat je achterovervalt. In 1955 is Sjouke de Groot de huur opgezegd van het huis op Tsjaerddyk 47 en hij wil het kerkhuis wel van de kerkvoogdij kopen. Hier is de kerkvoogdij op tegen want die wil het liever blijven verhuren. Dat is Sjouke ook goed maar dan heeft hij nog wel een paar dingen die aan het huis zouden moeten gebeuren op zijn verlanglijstje staan. De bedstee en de keuken veranderen, de schoorsteen aanpassen, een dakraam erin, de dwarslatten uit de kozijnen en nieuw glas erin (dat hij zelf dan wel wil bekostigen) en “board” tegen het plafond. De argumenten die Sjouke aandraagt zijn niet onredelijk want hij is aan de lange kant en past niet in de bedstee. Timmerman Eppinga maakt op verzoek van de kerkvoogden een begroting van alle kosten. Dit valt de kerkvoogden zwaar tegen maar het huis moest toch opgeknapt worden nadat Dirk Kamstra er vanaf 1894 heeft gewoond. Een huurverhoging vindt Sjouke de Groot dan ook niet onredelijk. Zo worden Sjouke en Jetske de nieuwe huurders van het kerkhuis.


Sjouke de Groot overlijdt in september 1957 op 72-jarige leeftijd. Jetske krijgt het jaar daarop te maken met een huurverhoging van 25% aangezien de financiële positie van de kerk i.v.m. de toekomstige restauratie van kerk en toren niet erg rooskleurig is. Zij zegt de huur van het kerkhuis op in 1958. Th. Tuininga wordt nu de nieuwe huurder. Hij vertrekt in 1965/66. Wybren Sweering koopt het kerkhuis en verbouwt deze tot garage.


Na vele jaren als garage gebruikt te zijn, is het voormalige kerkhuis toe aan groot onderhoud. Op de rechterfoto het huisje aan de achterkant in 2019


Tekst en foto’s A. Bruin Bewerking en vertaling: Wytske Heida