Van Beymahuis Brêgebuorren


Het van Beymahuis in Dronrijp.



Op de Nieuwe Streek (nu de Brêgebuorren) stond in 1786 een prachtig huis met een rijke barokke Vlaamse gevel. Het huis was voorzien van natuurstenen versieringen en had aan weerszijden trapgevels. In de volksmond heette het huis wel het Van Beymaslot, naar de laatste eigenaren. Het is niet bekend wanneer het huis is gebouwd en ook niet hoe de indeling er uit zag. De enige oude afbeelding is een kopergravure uit 1786, getekend door Jan Bulthuis en in koper gegraveerd door Karel Fredrik Bendorp.

De Harlinger Trekvaart van Leeuwarden naar Harlingen werd gegraven tussen 1507 en 1509. De Hoornbrug zorgde voor de verbinding tussen beide oevers en in de omgeving hiervan ontstond met bebouwing de Bruggebuurt. Het pad langs de zuidkant kreeg eerst de naam Nieuwe Streek.
Uit hedendaags onderzoek door Coert van Beyma lijkt het zeer waarschijnlijk dat het huis op de gravure eerst als kleiner huis zonder trapgevels aan de zijkant is gebouwd. Uit de aantekeningen van schoolmeester Hoyte Schoffels Roucoma (1690 – 1718) over alles van Dronrijp wat hem belangrijk leek, valt die conclusie te trekken. Waarschijnlijk is de tekening uit 1722 van Jacobus Stellingwerf de voorloper van het Van Beymahuis. De tekst onder deze tekening blijkt dan niet te kloppen.
Het huis had nogal wat eigenaren gehad voordat het op 27 april 1817 in bezit kwam van Mr. Coert Lambertus van Beyma thoe Kingma, wonende te Harlingen. Zijn huis stond in Dronrijp direct aan de trekvaart en hij kon zo gemakkelijk per boot naar Leeuwarden en Harlingen. Er was toen nog geen straatweg tussen Leeuwarden en Harlingen (aangelegd in 1842) en geen spoorlijn (aangelegd in 1863).

In 1810 kocht Van Beyma Dekemastate te Weidum van Mr. Johannes Lambertus Huber, een andere bekende patriot uit Dronrijp. Hij woonde daar maar kort met zijn vrouw, zij overleed enkele maanden later. Coert van Beyma overleed op 7 september 1820. Hij liet twee zonen na. Julius Matthijs van Beyma erfde de buitenplaats Kingmastate te Zweins en Petrus Johannes Dekemastate te Weidum. Zij besloten het huis in Dronrijp te verkopen. Op het veilingbiljet werden huis en tuin beschreven:
Een royale Heeren Huizinge, met ruime stalling en koetshuis, staande aan de Trekvaart en Rijdweg te Dronrijp, waar in onderscheidende groote en kleine alle modern behangen en meerendeeld geplafoneerde Beneden en Bovenkamers, zeer grote keuken, voorzien van alle gerieflijkheden, voorts een groote fraai aangelegde Tuin, voorzien van Broeijerij en veele extra schoone jonge Vruchtdragende en andere boomen, daar naast een Huizing, zeer geschikt en thans gebruikt wordende voor een Tuinmanswoning, alles zodanig als door wijlen den heer en Mr C.L. van Beijma thoe Kingma is bewoond geweest.


De verkoop mislukte omdat er niet genoeg geboden werd. Zij zochten een huurder en dit lukte tot 1830. Toen deden ze opnieuw een poging om het huis te verkopen.
Echter Petrus Johannes van Beyma kwam te overlijden en een paar jaar later was Jonkheer mr. Coert Lambertus van Beyma, de oudste zoon van Petrus Johannes, de eigenaar-bewoner.

De grote tuin achter het huis.

Op de kadastrale kaarten van 1832 en 1887 zien we dat naast het huis een koetsierswoning staat en daarachter het koetshuis met stal. Alles is aaneen gebouwd. Het erf komt uit op het pad langs de opvaart, nu Molepôlle. Bij de uitgang van dit pad staan twee hekpalen ( homeien) met daarop twee liggende natuurstenen leeuwen; nu te bewonderen bij de ingang van Drenningahof aan de Hearewei. De tuin heeft een landschappelijke aanleg begrensd door de boomgaard en de woning van bakker Corneleis Luitjens Wassenaar en de boomgaard van arbeider Tjebbe Sybrens Hanja. De weduwe van Tsjebbe verkoopt aan van Beyma in 1842 een stuk grond tussen Gasthuis Vredenhof en haar schapenstal aan de Dubbele Streek. Van Beyma maakt daar dan een pad met achteringang voor zijn tuin. Ook koopt hij haar boomgaard. Later koopt hij ook de woning van bakker Wassenaar. Hij laat die slopen en er een tuinmanswoning bouwen. In 1878 plaats smid Sibolt W. de Boer voor rekening van Van Beyma en Gasthuis Vredenhof een ijzeren hek aan de Dubbele Streek. Het pad naar de tuin van Van Beyma wordt in 1995 gewijzigd in de huidige rozentuin vanwege het 250-jarig bestaan van Gasthuis Vredenhof.

Verkoop van het hoofdhuis, de bijgebouwen en de tuin.
In 1881 vertrok Coert van Beyma met zijn gezin naar Leeuwarden en werd het huis overbodig. het geheel werd in 1892 geveild, waarbij het totale bezit in delen werd aangeboden. Het hoofdhuis, de koetsierswoning met het koetshuis en de stal werden voor f 2.333,- verkocht aan een timmerman en handelaar uit Leeuwarden. Het was de kopers te doen om alle bouwonderdelen en ze dan slopen dan alles ook meteen. Het terrein waarop het huis stond wordt voor f 850,- verkocht en hier wordt in 1894/1895 de eerste gereformeerde kerk gebouwd. Deze wordt in 1908 al weer afgebroken, omdat de nieuwe kerk met school en woonhuis aan de Hearewei dan al in gebruik is. De koetsierswoning en het achterliggende koetshuis bestaan nog steeds als Brêgebuorren nr. 5/5a.
De mooie romantische 19e eeuwse tuin verdwijnt tevens. In 1894 worden de houtopslag en de iepen en eiken verkocht. Later dat jaar wordt de tuin in delen geveild.
Hiermee komt een eind aan een bijzonder cultuur-historisch pand met een bijzondere tuin. Aan de Brêgebuorren geeft een stenen muur naast het oude koetshuis de plek aan van het voormalige Van Beymahuis. Aan de achterzijde is nog te zien hoe groot het complex met tuinen is geweest.

©
Tekst:
Foto voorblad: Wurkgroep Histoarysk Dronryp

Opmerkingenvenster

Van Beymahuis Brêgebuorren