Venters en hondenkarren


Karren getrokken door honden.


Karren waren honderd jaar geleden een heel normaal straatbeeld. Om het vaak treurige lot van deze honden te verbeteren trad op 1 september 1911 de Trekhondenwet in werking. Het voorzichtige begin van een andere kijk op honden. De eerste meldingen van hondenkarren stammen al vanaf het begin van de 17e eeuw. Ze worden pas echt veel gebruikt in de 19e en 20e eeuw. In allerlei beroepen waar een last te vervoeren is, zijn honden in gebruik: postbezorgers, marskramers, eierhandelaren, krantenbezorgers, melkboeren, noem maar op. Sommige honden schijnen zelfs trekschuiten getrokken te hebben.


Als trekkracht waren honden vaak geschikter dan paarden. Hondenkarren waren klein en wendbaar, veel handiger in gebruik in smalle stadsstraten dan grote, brede paardenkarren. Honden waren daarnaast veel goedkoper in de aanschaf en het onderhoud. Waar paarden een stal en speciaal voer vereisten, namen honden al genoegen met een hondenhok als onderkomen en etensresten en slachtafval als maaltijd.


Op 1 september 1911 treedt uiteindelijk de Trekhondenwet in werking. Houders van trekhonden zijn voortaan vergunning plichtig en moeten zich laten registreren. In 1927 komt er een wet op de keuring van trekhonden en pas in 1962 wordt het gebruik van hond als trekkracht verboden.
Naast de hondenkar gebruikten ook veel venters een bakfiets, een transportfiets met mand voorop of een duwkar.


De hondenkarren en andere karren werden rond 1960 vervangen door de ‘mechanische hond’ , een wagentje met een motor aan de voorkant. Later kamen hiervoor de elektrokarren. Door het verdwijnen van de melkboeren, de slagers, de groenteboeren, de kruideniers en de bakkers uit Dronrijp, verdwenen ook de bezorgdiensten en de winkeliers aan huis. Alles is nu bijeengebracht in één supermarkt, die met een bestelauto de boodschappen nog wel thuis wil afleveren.

©
Tekst:
Foto voorblad: Wurkgroep Histoarysk Dronryp

Opmerkingenvenster

Venters en hondenkarren