Canons van de Friese dorpen en steden
NederlandsFries

Gerben Abma

Gerben Abma

Gerben Abma is geboren op 29-03-1932 in Folsgeare waar zijn vader boer was. Op deze boerderij aan de Folsgeasterleaene hebben dan al generaties lang Abma’s geboerd.

Boerderij waar Gerben Abma werd geboren en heeft gewoond

Gerben was de zesde in een rij van totaal tien kinderen en groeide op in een kerkelijk rechtzinnig milieu. Na de middelbare school, HBS-B, behaalde hij het staatsexamen gymnasium A. Daarna studeerde hij theologie aan de universiteit van Amsterdam. Na het kandidaatsexamen veranderde hij van studierichting en ging verder met geschiedenis, waarin hij afstudeerde. Daarnaast heeft hij als bijvak Friese taal- en letterkunde gestudeerd. Na zijn doctoraal in 1963 volgde hij nog een opleiding tot wetenschappelijk archiefambtenaar. Hij is daarvoor geslaagd. Abma werd leraar geschiedenis en Fries aan het Stedelijk Gymnasium en de Stedelijke Scholengemeenschap in Leeuwarden en de Rijksscholengemeenschap in Sneek.

Abma geeft Friese les, foto Leeuwarder Courant

De schrijfster van dit venster, Wytske Heida, heeft in Sneek Friese lessen van Gerben Abma gevolgd en de taal van hem leren schrijven. De lessen waren facultatief en werden na schooltijd gegeven. Abma gaf zijn lessen met strakke discipline, geen ruimte voor grapjes. Het groepje was niet groot, de lessen stopten toen er niet genoeg animo meer was. Met zijn echtgenote Sjoukje Bakker, die als onderwijzeres de middelbare akte geschiedenis had gehaald, ging hij wonen in Leeuwarden, eerst aan de Nijlânsdyk, later in een fraai huis aan de Emmakade. Zij kregen samen twee dochters. Echtgenote Sjoukje heeft zich naast haar lesgeven in geschiedenis, steeds ingezet voor het onderwijs in het Fries door haar bestuurslidmaatschap van de Afûk (Algemiene Fryske Underrjocht Kommisje).

Gerben Abma leefde in twee werelden of eigenlijk in drie. Twee werelden waartussen hij niet kon kiezen en die hij allebei liefhad: hij voelde zich door en door Fries, maar de stad waarvan hij het meeste hield was Amsterdam. De stad waar hij studeerde, maar die hij na het voltooien van zijn studie verliet. De stad waar hij zich na zijn pensionering met zijn vrouw vestigde in september 1991. Hij was daar enige tijd duo raadslid voor het CDA in de deelraad van Amsterdam-Centrum. De band met Friesland werd in deze periode weer sterker. De zomermaanden brachten Gerben en Sjoukje dan ook steevast door in hun vissershuisje in Stavoren. Daar vandaan was het maar een paar kilometer lopen naar Warns, waar jaarlijks door de Friese Beweging de slag van 26 september 1345 wordt herdacht. Het echtpaar Abma was daar ieder jaar bij aanwezig. De derde wereld was het ‘geloof der vaad'ren’, waarin hij was opgegroeid in zijn geboortedorp.

Gerben Abma, foto Henk Kuiper (Elmar Kuiper)

Gerben Abma begon al tijdens zijn studententijd te schrijven. Hij publiceerde in tijdschriften als It Heitelân, de Stim fan Fryslân, Quatrabras, Frysk en Frij en De Stiennen Man. Naast beschouwingen, o.a. een serie over modern proza in de Stim, schreef hij ook korte verhalen en gedichten.

In boekvorm debuteerde Abma in 1962 met de roman 'De Utfanhuzer'. Hij kreeg voor deze roman een tweede prijs van de Christelijk Friese Volks Bibliotheek (Kristlik Fryske Folks Bibleteek), die ook uitgever van het boek was. Het werk viel geheel uit de toon in de reeks brave, christelijke boeken die de KFFB al jarenlang op de markt bracht. Op de omslag schreef Abma dat de hoofdpersoon geen held is, geen voorbeeld is dat nagevolgd moet worden. Dramatische of romantische gebeurtenissen moet de lezer ook niet verwachten. Het lijkt niet een christelijk boek, juist daarom zouden gelovige lezers deze roman over niet-kerkse, karakterloze figuren moeten lezen.

De roman beschrijft een episode uit het leven van een jongeman op weg naar volwassenheid. De hoofdpersoon Selis Poutsma heeft moeite om zijn plaats tussen de mensen en in de maatschappij te vinden. Hij is een echte slome duikelaar, een jongeman die voor het eerst het kleine dorp van zijn moeder moet verlaten om in de grote stad Harlingen een ondergeschikt baantje te vervullen op een klein handelskantoor. In deze roman heeft Abma een voor hem typisch tegendraads persoon willen schetsen. De jongen komt direct onder de plak van de zure procuratiehouder en de nuffige typiste. Hij wordt verliefd op de struise echtgenote van de directeur om vervolgens in de armen te vallen van de chique secretaresse.

In deze eerste roman van Abma speelt al het thema dat in zijn latere boeken terug zou komen: dat van geïsoleerde mensen in de moderne maatschappij. De roman werd door verschillende recensenten niet zo positief besproken. Grootste bezwaar was dat de loop van het verhaal te vaak wordt onderbroken door minder ter zake doende beschrijvingen. Recensent Anne Wadman, die bovenstaande kritiek deelde, constateerde echter dat Abma het talent had om schrijver van betekenis te worden.

In 1969 verscheen de tweede roman van Gerben Abma, 'De Gersridders'. De roman speelt in het milieu dat Abma van dichtbij kent, dat van boeren. Abma schreef de roman naar aanleiding van een oproep van de KFFB om een moderne boerenroman te schrijven. Het boek werd bekroond met de eerste prijs en kwam uit als premieboek van de KFFB. Het verhaal is geen traditionele streekroman over het boerenleven, maar vertelt de grote veranderingen op het agrarisch gebied na 1945 en de invloed daarvan op de mensen die deze veranderingen ondergaan.

Hoofdpersoon is boer Ate Mertens, een traditioneel, patriarchaal familiehoofd, opgegroeid in de tijd van het maaien met de zeis en het melken met de hand. Zo wil hij doorgaan, maar zijn zonen willen dat niet meer. De maai- en hooi-scenes boden Abma een schitterende gelegenheid zijn kennis van inmiddels volledig in onbruik geraakte woorden en uitdrukkingen te laten zien. Het boek is opgedeeld in drie bedrijven. Het eerste, ‘It feest’, speelt in 1948 en laat het boerenbedrijf van de eerste helft van de 20e eeuw zien. Het tweede, ‘It nije buorkjen’, speelt twintig jaar later en het derde ‘Pleats en soannen’ laat het tragische einde van een boerenfamilie en -bedrijf zien met de zelfmoord van de oudste zoon, die zijn gruwelijke ervaringen in de oorlog in Indonesië niet te boven is gekomen. Recensent J. Noordmans zei in zijn bespreking (Leeuwarder Courant, 28-11-1970) dat Abma met De Gersridders overtuigend bewijst dat hij kan schrijven als hij het onderwerp in zijn macht heeft.

Abma heeft altijd kritisch gekeken naar het literaire klimaat in Fryslân en hij probeerde de contacten tussen Friese en Nederlandse schrijvers te verbeteren. Hij richtte in 1967 met Feijo Sixma van Heemstra ( pseudoniem voor Homme Eernstma) en Josse de Haan het tweetalige tijdschrift A-wyt op, dat ruim twee jaar later weer werd opgeheven. Abma schreef in dit blad onder het pseudoniem G. Jelles.

De jonge schrijvers schopten in hun columns tegen alle zere benen in het Friese literaire wereldje. Vooral Abma liet van zich horen in buitengewoon fel aanvallende teksten met heftige conflicten als gevolg. Dit was ook zijn bedoeling. Trinus Riemersma o.a. leverde stevige kritiek op artikelen van Abma in het literaire maandblad De Tsjerne. Abma kreeg de kans zijn gal te spuwen over het Friese culturele leven in het blad Trotwaar, dat zijn medestanders Josse de Haan en Reinder van der Leest hadden overgenomen. ‘It Fryske kulturele libben stiet stiif fan freonepolityk en is sa ticht as in pot’ stelde Abma vol overtuiging vast.( `Het Friese culturele leven staat stijf van de vriendenpolitiek en is potdicht`) Hij bepleitte een democratische bestuursvorm van de Friese Cultuurraad, die alle subsidies vaststelde. Vooral Ype Poortinga moest het ontgelden, die o.a. hoofd van de letterkundige afdeling van de Friese Academie was. Ook de conservator van het Fries Letterkundig Museum en Documentatiecentrum, dichter en journalist Freark Dam, kreeg van Abma een veeg uit de pan. Hij verwijt Dam dat hij zijn vriend Jan J. Bylsma ( dichter en romanschrijver) aan een baantje heeft geholpen. Jo Smit nam het op voor Freark Dam en typeerde Abma als een moreel defect mens met een door en door zieke en verwarde geest. Abma nam dit niet en daagde Jo Smit in 1971 voor de rechter, die hem tot een kleine boete van 50 gulden veroordeelde.

Met de jonge dichter Pieter Yedema richtte Abma de Werkgroep Cultuur Friesland op om de hele Friese culturele wereld te hervormen, opdat er meer ruimte zou komen voor vernieuwende kunstenaars. Dat zou volledig lukken. In diezelfde tijd begon Abma met steun van J.B. Singelsma, de oprichter van de Friese Nationale Partij, een democratisering-actie bij de Friese Academie, die na lange tijd succes opleverde. Maar zijn snoeiharde en vaak onbekookte kritiek op wat hij als vriendjespolitiek zag, werd hem met regelmaat niet in dank afgenomen. Begin jaren zeventig was Abma ook een van de initiatiefnemers van de later zo succesvolle “boekesuteldersaksjes” (acties om boeken te venten). In diezelfde tijd probeerde hij, samen met anderen, het contact tussen Friese schrijvers onder elkaar te verbeteren door het organiseren van schrijversweekenden.

Abma overhandigt aan de commissaris van de koningin Hedzer Rijpstra het eerste exemplaar van De Leechrinner, foto Leeuwarder Courant, 1973

In 1973 kwamen twee nieuwe werken van Gerben Abma uit: 'De nacht fan in Leechrinner' en 'Leafde op bitter lemon'. Beide experimentele werken hebben als centraal thema het streven van de eenling om overeind te blijven in de moderne maatschappij. In de boeken, die autobiografische elementen bevatten, worstelen de hoofdpersonen niet alleen met zichzelf, maar ook met de invloeden van hun orthodox calvinistische opvoeding.

Dit is een experimentele roman, zei Abma tegen de commissaris van de Koningin H. Rypstra, toen hij hem het eerste exemplaar van 'De Nacht fan in Leechrinner' mocht overhandigen. Hij voegde eraan toe: ‘It lêst as slaad, der sit wat seks yn ferarbeide... en it leauwe is bewrotten` (‘Het leest als sla, er zit wat seks in verwerkt.. en het geloof is bevochten’) De hoofdredacteur van Frysk en Frij, Klaas Jansma, was echter van mening dat de schrijver van deze fraaie beloften niet al te veel had waargemaakt. Abma's poging de Friese literatuur te moderniseren achtte Jansma totaal mislukt. Andere recensenten waren het met hem eens.

De novelle 'Leafde op bitter-lemon' is het ontroerende verhaal over een uitstapje van een man op middelbare leeftijd met een jong meisje tijdens de kerstdagen. Dit loopt helemaal mis, omdat zijn kroegvrienden het paar lastig vallen. Volgens sommige recensenten is dit het beste wat Abma op literair gebied heeft geschreven. Heel fijnzinnig verbindt hij het melancholieke verlangen van de al ouder wordende man naar het verloren geloof van zijn jeugd met dat van een laatste pure verliefdheid op een jong, bepaald niet dom blondje.

Gerben Abma en Klaas Jansma hebben veel samen gewerkt, foto Leeuwarder Courant 1975

Gerben Abma had, samen met Klaas Jansma, de hoofdredactie van de in 1975 verschenen omvangrijke tweedelige 'Encyclopedie van het hedendaagse Friesland'. Deze werd uitgegeven door Van Seijen uit Leeuwarden met medewerking van vele specialisten. In de boeken staan artikelen over de Friese letteren en de cultuur in Friesland. Met collega hoofdredacteur Klaas Jansma schreef hij eerder in 1974 'Dwalend door het Hoge Noorden', een gids voor het Lauwersmeer en omgeving. Klaas Jansma en Gerben Abma zouden na deze publicatie nog regelmatig samen werken. Ook privé hadden ze veel met elkaar te maken. De echtgenote van Klaas is de dochter van de oudste zuster van Gerben.

In 1980 promoveerde Gerben Abma aan de Vrije Universiteit van Amsterdam bij A.Th. van Deursen op het proefschrift: 'Geloof en politiek: Confessionele partijvorming in Friesland: ontstaan en eerste jaren (1852 – 1871)'

Het algemene karakter van deze studie is niet Fries maar Nederlands, zoals de hervormingen van Thorbecke, de daarop gevolgde reactie van de Aprilbeweging van 1853, de Schoolstrijd en het innerlijk verval van de Nederlands Hervormde Kerk. In Fryslân werd nogal kritiek geleverd op het feit, dat Abma dit omvangrijke boek over Friese geschiedenis in het Nederlands had geschreven. Met name de hoogleraar Fries aan de VU, Tony Feitsma, viel hem hierop aan.

Proefschrift promotie

Abma had altijd veel kritiek op de Friese cultuursituatie, de Friese letterkunde in het bijzonder. ‘Alle jierren ha ik wer de hope, dat it better wurde sil, mar alle kearen falt dat wer ôf.’ ( ‘Ieder jaar heb ik weer de hoop dat het beter zal worden, maar dat valt steeds weer tegen’) Hij uitte jarenlang zijn kritiek in diverse publicaties. Daarnaast schreef hij toneelrecensies voor het Friesch Dagblad en columns in Frysk en Frij.

In de jaren na zijn promotie schreef Abma verschillende boeken op het gebied van historie en streekgeschiedenis. Een selectie daaruit: Over de gemeente Leeuwarderadeel schreef hij: 'Ljouwerteradiel: de voortreffelijckste voorstemmende ende meest contribuerende grietenije van Oostergo (1984)'. De veelomvattende heemkunde 'Himmelumer Aldefurd en Noardwâlde. In tal aspekten fan de skiednis fan in eardere gritenij' verscheen in 1993. Aanleiding was de gemeentelijke herindeling die in die jaren in Fryslân plaatsvond. Hij verdiepte zich ook in de Friese studielenen. Over dat onderwerp heeft hij verschillende publicaties op zijn naam staan, onder anderen: ‘De vier Bolswarder lenen': Het Wijbengaleen (1452), Het Houckamaleen (1478), het Hendrik Nannes- en Catrijn Epesleen (1511 en 1524), het Hettema-Heeremaleen. (Ter info: Een studieleen is de financiële ondersteuning van de theologiestudie van familieleden na de dood van een vermogend persoon. Het geld komt beschikbaar uit de pachtgelden van de bezittingen van de overledene)

Naast dit meer serieuze wetenschappelijke werk, publiceerde hij met Jansma, Meindert Schroor en een aantal andere schrijvers, populaire overzichtswerken over de Nederlandse geschiedenis en de agrarische geschiedenis. Samen met de VU-hoogleraar Jan de Bruijn redigeerde hij in 1989 een bundel artikelen over zijn grote theologische held P.J. Hoedemaker. In zijn artikel over Hoedemaker en de politiek wees hij op de actuele betekenis van Hoedemakers ideaal van een algemene christelijke school in plaats van het bijzonder onderwijs van Kuyper. Abma schrijft verder geregeld bijdragen voor het Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme, o.a. over Hoedemaker en Wumkes.

De vijfde roman van Gerben Abma

Na ruim dertig jaar komt de inmiddels gepensioneerde Abma in 2005 met de nieuwe roman 'De Brek'. De titel verwijst naar de naam van het meer waar de roman zich voor het grootste gedeelte afspeelt, maar ook naar voorvallen uit het leven van de hoofdpersoon: het vertrek van de vader, het verbreken van een relatie en het nemen van ingrijpende beslissingen in het leven. Centraal staat de relatie van een jonge organisatiedeskundige van boerenafkomst uit het Friese merengebied met zijn vriendin. Aanvankelijk is dat Sijke, wier ouders een huisje aan de Brek hebben en waar ze af en toe een weekend doorbrengen. Niet ver daarvandaan woont zijn oma en ook een tante met oom Jarich, de broer van zijn vader, naar wie hij vernoemd is. Halverwege het boek ruilt hij Sijke zonder veel omhaal in voor Gisela, die hij kent van een managementcursus en met wie hij mogelijk de boerderij van zijn net overleden oom over wil nemen.

De Duitse bezetting en de keuze tussen goed en fout in de familie van de hoofdfiguur speelt daarbij een belangrijke rol. Zijn vader was fout in de oorlog en heeft als verdediging zijn verhaal opgeschreven. Die papieren heeft Jarich net van zijn oma gekregen. Anders dan in zijn eerdere literaire werk loopt het in dit boek voor de hoofdpersoon goed af. De keuze voor het platteland en het boerenleven blijkt een goede te zijn. Kennelijk had Abma zich toen verzoend met zijn leven in de kleine, culturele wereld van Fryslân. Het boek laat tegelijkertijd nog een klein stukje streekgeschiedenis van de Friese Zuidwesthoek zien.

De laatste jaren van zijn leven zette Abma zich vurig in voor de meest nationalistische vleugel van de Friese Beweging, de in 1915 door de dichter Douwe Kalma opgerichte Jongfryske Mienskip. Hij bracht als eindredacteur sinds 2007 het kleine verenigingsblaadje Lyts Frisia tot nieuw leven onder de hoopvolle naam van Nij Frisia.

Van harte werkte hij mee aan de 'Nieuwe Encyclopedie van Fryslân', die in de herfst van 2016 zou verschijnen. Dat mocht hij nog beleven.

overlijdensadvertentie Leeuwarder Courant

De verlate jubileumbijeenkomst van de Jongfryske Mienskip op 2 december 2016, waar het grote jubileumnummer van Nij Frisia onder redactie van Gerben werd gepresenteerd, kon hij niet meer meemaken. Een dag daarvoor werd hij getroffen door een zware beroerte. Hij was net thuisgekomen in Amsterdam, nadat het zomerhuisje in Stavoren was verkocht. Een paar dagen later overleed hij op 5 december 2016.

https://jongfryskemienskip.com/bestannen/2016nijfrisia3_en_4.pdf

Samenstelling tekst: Wytske Heida

Bronnen:

Tresoar: https://www.sirkwy.frl/index.php/schrijvers-biografieen/22-a/382-abma-gerben-3

Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 2017, artikel Gjalt Zondergeld

Friese literatuursite, Jelle van der Meulen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Gerben_Abma

http://www.genealogy.com/ftm/n/i/e/Elisabeth-Nieuwhof-PE/WEBSITE-0001/UHP-0635.html

Foto’s:

Portretfoto (zwart-wit): Henk Kuiper ( Elmar Kuiper)

Zwart-wit foto’s: Leeuwarder Courant

Foto boerderij: Atse Bruin

Tekst: © • Foto: © Tresoar Haye Bijlstra

Dit venster maakt deel uit van de Canon van Folsgare. Klik hier om de hele Canon van Folsgare te bekijken.