Canons van de Friese dorpen en steden
NederlandsFries

Tsjaerddyk 27

Tsjaerddyk 27

Tijdens de vorming van de zuidzijde van de kwelder (Nieuwlander polder) werd er door de Middelzee een brede strook klei afgezet.. De Tsjerdyk, nu Tsjaerddyk, werd aangelegd tussen 1000-1200 als grens en waterkering van die zelfde Middelzee. Op één stukje bleef de strook echter vrij smal, dat is de reden dat de boerderij waar dit venster over gaat, langsscheeps aan de weg werd gebouwd.

Sybren Haites Schukken, de oudste zoon van Haite Gerrits en Sybrig Tjeerds uit Jirnsum, ( Haite Gerrits nam in 1811 de naam Schukken aan) trouwt op 12 juni 1811 met Willemke Luitjes Kleiterp uit Tsjalhuizum, waar haar moeder en stiefvader boer waren. Sybren was al boer op de boerderij aan de Tsjaerddyk (nu 27) waar het paar na hun huwelijk gaat wonen. Zijn vader bezit één derde van de boerderij, zijn schoonvader Tjeerd Sybrigs twee derde.

De zate bestaat uit een erf voor het huis, huizinge met schuur, boomgaard (achter de boerderij) met 22 bunder grasland. Hiervan ligt 10 bunder ten noorden en 12 bunder ten zuiden van de Tsjaerddyk, midden in het Meerland (Marlân).

Pas na tien jaar wordt hun eerste dochter Sytske geboren, in de jaren daarna komen er nog drie kinderen die echter allemaal jong overlijden.

1832

Nadat Sybren Haites zijn ouders zijn overleden, erven Sybren en zijn vijf broers en zusters, ieder één zesde deel van de boerderij. Vanaf 1833 koopt Sybren Haites in de loop van de jaren het erfdeel van zijn broers en zusters op, totdat de boerderij geheel zijn eigendom is.

Dochter Sytske trouwt met Jacob Botinga. Hij overlijdt na vier jaar huwelijk in 1853, pas 27 jaar oud. Sytske blijft achter met drie nog heel jonge kinderen. In 1860 overlijdt zij ook. Voor de kinderen wordt door en binnen de familie een oplossing gezocht. Jetske Haites Schukken, een jongere zus van Sybren Haites Schukken, komt op de boerderij en ontfermt zich over de kinderen. Ze heeft daarbij een goede hulp aan arbeider Jan Alta. In 1868 neemt Jacob Jacobs Botinga jr, de oudste zoon van Sytske, de boerderij over.

Willemke, de oudste dochter van Sytske, werkt veel samen met deze Jan Alta. Ze krijgen een relatie en trouwen in 1869. Jan Alta en Willemke gaan in Nijland wonen en in 1875 krijgen ze een zoon, Folkert Alta. In 1879 overlijdt Jan Alta. In 1880 hertrouwt Willemke Botinga met Bauke Roukema, boerenknecht in Nijland.

Jacob Jacobs Botinga gaat in 1881 van de boerderij en maakt plaats voor zijn zuster Willemke en zwager Bauke. Folkert, de zoon uit Willemke haar eerste huwelijk, groeit hier op en krijgt er in 1886 nog een stiefzusje Sytske bij.

In hetzelfde jaar 1886 komt het bedrijf te koop en Bauke koopt de boerderij. Diverse familieleden kopen een aantal percelen grond ( totaal 13 ha) zodat er weer goed geboerd kan worden.

Willemke en Bauke besluiten in 1891 op het erf voor de boerderij een huis te bouwen. Bauke kan daar met een stukje land van de boerderij een koemelkerij beginnen. Ze verhuren de boerderij aan Willem Twijnstra en zijn vrouw Nantje van Hasinga tot Folkert Alta oud genoeg is om de boerderij over te nemen.

Na het overlijden van Willem in 1893 blijven Nantje en haar drie kinderen op de boerderij wonen. Ze krijgt daarbij hulp van haar schoonouders. Op 11 mei 1901 hertrouwt Nantje met Jaring Zoethout, het gezin verhuist naar het dorp.

Folkert Alta trouwt in 1901 met Wybrig Twerda uit Witmarsum. Het paar woont tijdelijk in het meestershuis op Tsjaerddyk 51 en later in Nijland. De reden hiervoor is dat de boerderij voor een jaar is verhuurd aan weduwnaar Teade Hilverda van Tjalhuizum, die er met zijn twee kinderen woont.

Op 12 mei 1902 komt de ouderlijke boerderij van Folkert vrij. De hele familie woont nu weer bij elkaar. Helaas overlijdt in datzelfde jaar Folkert zijn (stief)zusje Sytske, pas 15 jaar oud.

Folkert moet steeds vaker geld lenen om de boerderij draaiende te houden. Hij heeft de zorg voor twee gezinnen. Moeder Willemke wordt ernstig ziek na het verlies van haar dochter. Na een lang ziekbed overlijdt ze in 1905. Folkert zijn vader Jan komt ook te overlijden.

In 1910 verhuurt Folkert het huis. Eerst aan Lammert Hylarides en Minke Damstra die maar kort blijven.

Gerben voor de boerderij

Lykle Hingste en Baukje Reitsma hebben daarna van 1912 tot 1921 hier een “koemelkersspultsje”.

Als de crisis zich aandient kan Folkert het niet langer bolwerken.. Hij moet in 1932 de boerderij verkopen.

Gerben de Boer wordt de nieuwe bewoner.

Gerben is de jongste van acht kinderen van Gerben de Boer en Ymkje Eisma. De oudste kinderen emigreren omstreeks 1905 naar Amerika en bouwen daar een goed bestaan op. Ze schrijven hun ouders dat er voor hun ook een toekomst is. Zo vertrekt Gerben rond 1910, op tien jarige leeftijd, met zijn ouders naar het verre Amerika waar ze zich vestigen in Harrison (South Dakota ). Wat het meeste indruk op hem maakt, is de intocht in New York, wanneer ze langs het Vrijheidsbeeld varen. Helaas kan zijn vader er geen vast werk vinden en het spaargeld raakt op. Daarop besluiten zijn ouders na een jaar met hun zoon Gerben terug te gaan naar Friesland.

Moeder Sjoukje Zijlstra aan de afwas

In Bolsward neemt vader Gerben zijn oude beroep “met het pak lopen “weer op. Zoon Gerben vindt eerst in Bolsward en later in Wolsum werk als boerenarbeider.

Gerben trouwt met Sjoukje Zijlstra, In Wolsum krijgen ze drie kinderen.

Hij kan in 1932 de boerderij kopen met hulp van zijn boer.

Melken met de hand

Na de verhuizing in 1932 naar Folsgare komen er nog 4 kinderen, Deliane, Rooske, Tjeerd en Jeltje. De crisis is nog in volle gang en ze kunnen maar nauwelijks het hoofd boven water houden.

Het boerenwerk is zwaar. Alles gaat nog met menskracht., de hele familie helpt mee. Na de tweede wereldoorlog gaat het financieel weer wat beter.

Ook het melken gaat volledig handmatig. Op de foto zit Gerben op een zgn. tuolle, meestal werden de poten van de koeien vastgezet met een spantouw.

Rooske geeft de kalveren te drinken

Na het melken worden de bussen naar de weg gebracht. De melkrijder bracht met paard en wagen de melk naar de fabriek. Zomers werd de melk twee keer daags opgehaald, in de winter één keer.

In de zomer werd er twee keer gemaaid. Het eerst gemaaide gras werd gedroogd tot hooi, het gras van de tweede keer maaien werd meestal ingekuild.

Op de foto is Gerben de Boer aan het wal snijden. De sloot wordt daarna schoongemaakt van waterplanten en de zoden worden vervolgens gebruikt om de kuilbult af te dekken.

Wal snijden

Oudste dochter Deli is in 1955 getrouwd met Hantsje Speerstra van Tjalhuizum. Ze gaan in Nijeholtpade boeren waar Bouwe en Gerben worden geboren. In 1963 besluiten Gerben en Sjoukje om te verhuizen naar Tsjaerddyk 21. Deli en Hantsje worden dan de volgende bewoners op de boerderij aan de Tsjaerddyk. Dochter Sjoukje wordt hier geboren.

Sjoukje de Boer en Hantsje Speerstra

Hantsje is ziekelijk en heeft last van zijn hart. In 1971 moet het besluit worden genomen om te stoppen met het boerenbedrijf. De koeien worden verkocht en Hantsje wordt veekoopman. Het beroep van veekoopman wordt Hantsje ook te zwaar. Ze trekken bij Deli haar moeder in op Tsjaerddyk 21. Deli haar vader Gerben is in 1973 overleden, haar moeder woont sindsdien alleen. Hantsje Speerstra overlijdt daar in 1974.

De boerderij is intussen verkocht aan de gebroeders Heida. Zij verkopen de boerderij meteen door aan Watte Zijlstra.

Tjeerd voor de boerderij

Watte Zijlstra is de zoon van slager Hantsje Zijlstra uit Wolsum. Hij is getrouwd met Idske Posthuma, de dochter van slager Douwe Posthuma (Tsjaerddyk 42) uit Folsgare. Watte Zijlstra begint na zijn trouwen als veekoopman in Wolsum, maar koopt in 1968 een slagerij in IJlst. Watte en Idske krijgen drie jongens en twee dochters. Voor Watte met zijn gezin naar Folsgare komt, worden de kop en hals van de boerderij grondig verbouwd door de lokale timmerman Wiersma. Ze verhuizen in 1976 naar de boerderij aan de Tsjaerddyk. Watte wordt weer veekoopman en heeft de ruimte om vee aan te kopen en te weiden.

De schuur heeft groot onderhoud nodig

Wout, de jongste zoon, is inmiddels twaalf jaar oud en begint met zelf gemaakte gewichten te trainen. Het resultaat mag er zijn, na een paar jaar gooien en smijten begint de zuidmuur van de boerderij te scheuren en te verzakken. Hij wordt in 2001 Sterkste man van Nederland, vele andere overwinningen zullen volgen. Wout wordt vleeskeurmeester en is intussen getrouwd met Patricia. Ze gaan wonen aan de Folsgeasterleane. Ze krijgen drie kinderen Wout jr, Katinka en Teade.

In 2002 overlijdt Watte Zijlstra. Idske blijft alleen op boerderij wonen tot 2006. Ze gaat dan naar het Teatskehûs in Blauwhuis.

Wout en Patricia en de kinderen verhuizen nu naar de boerderij aan de Tsjaerddyk. Echter, voor ze daar hun intrek nemen, wordt de schuur grondig aangepakt.

De schuur met de verzakte zuidmuur wordt gerenoveerd en binnen worden de stal en het hooivak omgetoverd tot een trainingscomplex voor sterke mannen en vrouwen.

De oefenruimte van Wout Zijlstra

Wout heeft geleerd van het verleden en i.p.v. de muur van het huis wordt een kampje land naast de boerderij de plek voor het gooi en smijtwerk

Huidige situatie

Tekst: A.Bruin

Bewerking Wytske Heida

Met dank aan Tjeerd de Boer

Tekst: © • Foto: © Tsjaerddyk 27

Dit venster maakt deel uit van de Canon van Folsgare. Klik hier om de hele Canon van Folsgare te bekijken.